Je zou eens aan een investeerder moeten vragen of hij de volgende investering zou doen: een investeringsduur van in totaal 6 jaar. De eerste drie jaar kost 40 uur per week, de laatste drie jaar is de tijdsinvestering groter: tenminste 50-55 uur per week, mentaal en fysiek zwaar belastend, onder andere door de deels onregelmatige werktijden. Geen financiële compensatie voor dit werk en een schuld van 38.000 euro, zo’n 12.000 euro hoger dan de gemiddelde investering van andere investeerders.
De investeerder zal hierop antwoorden dat het volledig afhangt van het te verwachten rendement. Wanneer hij hoort dat de toekomstperspectieven onzeker zijn, dat onbekend is hoe veel de investering oplevert en hoe snel deze zich terugverdient, zal de investeerder zich zeker nog even achter de oren krabben.

Het is de gemiddelde investering die een geneeskundestudent tegenwoordig moet doen om arts te worden. Per 1 september vorig jaar heeft het leenstelsel in het hoger onderwijs zijn intrede gedaan.[1] Ook masterstudenten geneeskunde krijgen geen studiefinanciering meer. Binnen dit leenstelsel staat keuzevrijheid centraal. Studeren is een eigen keuze en een investering in de toekomst. Als student kan je ervoor kiezen naast je studie bij te verdienen, waardoor de studieschuld zo laag mogelijk blijft. De aard van de geneeskundestudie zorgt ervoor dat dit niet mogelijk is, waardoor de ongeveer 8.000 masterstudenten geneeskunde onevenredig hard getroffen worden.
De driejarige masterfase van de geneeskundeopleiding bestaat uit het lopen van coschappen. Dit is een periode waarbij de student de opgedane theoretische kennis leert toepassen in de praktijk. Essentieel voor het worden van een goede arts. Dokter worden doe je niet zomaar: 93% van de coassistenten werkt meer dan 40 uur per week, waarvan de helft zelfs meer dan 50[2]. Een coassistent draait vaak onregelmatige diensten. Dit alles maakt dat het hebben van een bijbaan naast de coschappen vrijwel onmogelijk is. Bovendien zou het hebben van een bijbaan ten koste kunnen gaan van de kwaliteit van de opleiding tot arts, iets wat uiteraard onwenselijk is. De keuzevrijheid voor de coassistent om zijn studieschuld te beperken lijkt dus gering.

 

Studeren is een eigen keuze en een investering in de toekomst, maar masterstudenten geneeskunde worden onevenredig hard getroffen door het leenstelsel.

Uit een enquête onder geneeskundestudenten blijkt dat zij door het nieuwe leenstelsel een gemiddelde studieschuld van 38.000 euro verwachten.[3] Dit is een stuk hoger dan de door het Centraal Plan Bureau berekende 26.000 euro. De financiële drempel is door de invoering van het leenstelsel voor toekomstige dokters een stuk hoger dan voor studenten met andere studies, waarbij de master vaak slechts 1 jaar duurt en er meer tijd is om naast het studeren bij te verdienen. Bovendien is de arbeidsmarkt voor geneeskundestudenten tegenwoordig niet meer zo rooskleurig als vroeger. Hoewel een hogere drempel voor het studeren van geneeskunde wellicht te rechtvaardigen valt door het dalende aantal opleidings- en werkplekken voor specialisten[4] is het niet eerlijk dat dit in de vorm is van een hogere studieschuld en daarmee een financiële drempel vormt.
Daartegenover staat het feit dat de overheid bij invoering van het leenstelsel ook sociale terugbetaalvoorwaarden heeft ingevoerd. Deze bepalen dat de schuld wordt kwijtgescholden na 35 jaar wanneer de student de schuld niet kan aflossen. Een oud-student betaalt nooit meer dan 4% van het meerinkomen en terugbetalen hoeft pas wanneer een minimumloon wordt verdiend. Dit zijn uiteraard voorwaarden die het bekostigen van studeren vergemakkelijken, maar het blijft een feit dat geneeskundestudenten een hogere schuld hebben aan het eind van hun studie dan de meeste andere studenten. Wanneer een toekomstige student voor een studiekeuze staat, zou deze toekomstige hogere schuld de keuze kunnen beïnvloeden. De terugbetalingsvoorwaarden kunnen niet garanderen dat er niet alsnog een hogere financiële drempel ervaren wordt. Uit de enquête van het KNMG studentenplatform blijkt inderdaad dat bijna een derde van de huidige studenten geneeskunde met een ouderlijke bijdrage van minder dan €250 in de maand in het nieuwe leenstelsel misschien een andere studie had gekozen.3 Het studeren van geneeskunde moet toegankelijk blijven, ook voor studenten waarvan de ouders niet veel kunnen bijdragen aan de studiekosten.
De oplossing voor het probleem is simpel: een stagevergoeding voor de coschappen. Tot op heden zijn coassistenten een van de weinige academische masterstudenten die geen stagevergoeding ontvangen. In de CAO ziekenhuizen 2014-2016 staat: “De leerling voor wie in de opleiding een stage als verplicht onderdeel van de studie is opgenomen, heeft recht op een stagevergoeding. Voorwaarde is dat de stage tenminste 144 uur per studiejaar bedraagt.” [5] Dit geldt echter alleen voor mbo- of hbo-stages, terwijl een coassistent al binnen drie weken aan dit minimum aantal uren voor een heel jaar voldoet en de coschappen een verplicht onderdeel van de opleiding zijn. Tegenstanders van een stagevergoeding vinden coschappen een leerperiode waarbij productie draaien geen primair doel is. Dit in tegenstelling tot mbo- of hbo-stages, waarbij de stagiair een extra hand aan het bed is. Dit betekent echter niet dat er geen arbeid geleverd wordt door coassistenten: zo assisteren ze op de operatiekamer, nemen ze nieuwe patiënten op en helpen ze mee op de afdelingen.

De oplossing voor het probleem is simpel: een stagevergoeding voor de coschappen.

Men zou kunnen zeggen dat de relatie tussen het ziekenhuis en de coassistent verandert naar die van een werkgever-werknemer door het betalen van een stagevergoeding en zo het onderwijs niet ten goede komt. Het doel van coschappen is het opdoen van kennis en niet het leveren van arbeid en het is inderdaad niet de bedoeling om hiervoor een salaris te krijgen. De voorzitter van het KNMG studentenplatform stelde voor om een stagevergoeding van 250 euro per maand in te stellen.[6] Dit zou omgerekend een vergoeding van zo’n 1,35 euro per uur zijn, wanneer dit bedrag gedeeld wordt door de 46 uur durende werkweek van de coassistent. Dit bedrag kan geen salaris genoemd worden en de kans dat er een werkgever-werknemer relatie ontstaat, lijkt minimaal.
In de kamerbrief met antwoorden op de vragen van een politieke partij wordt duidelijk dat minister Bussemaker de coschappen ziet als een onderwijsvorm en niet als stage[7]. Als argument noemt ze dat coschappen erop gericht zijn competenties te ontwikkelen die voor de student essentieel zijn om het beroep van arts zelfstandig en veilig te kunnen uitvoeren. Maar laten we eerlijk zijn: bij welke stage is het opdoen van vaardigheden en het veilig leren uitoefenen van je beroep nou geen hoofddoel? Als gemiddelde tijdsinvestering wordt 46 uur per week genoemd. Dit is een stuk minder dan het gemiddeld aantal uur dat de coassistenten aangeven in de enquête van het KNMG studentenplatform. Daaruit blijkt bovendien dat driekwart van de coassistenten minder dan 5 uur onderwijs per week zeggen te krijgen. De argumenten waarmee de minister komt, wijzen dus vooral op het feit dat ze geen goed beeld heeft van wat coassistenten daadwerkelijk doen.

 

Het studeren van geneeskunde moet toegankelijk blijven, ook voor studenten waarvan de ouders niet veel kunnen bijdragen aan de studiekosten.

Kortom, coassistenten worden door het leenstelsel onevenredig hard getroffen door de langdurige en arbeidsintensieve aard van de studie. Ze worden niet gecompenseerd voor de extra uren, omdat hun bijdrage aan het leveren van zorg niet productief wordt gevonden. Een oplossing om de studie geneeskunde voor alle toekomstige studenten toegankelijk te houden is een stagevergoeding voor de coschappen. Dit valt te rechtvaardigen door het feit dat coassistenten wel degelijk productieve arbeid leveren. De werkgroep Tegemoetkoming Coassistenten deelt deze mening. Zij melden dat eind oktober coassistenten op ludieke wijze actie zullen voeren om aandacht te vragen voor hun positie. We moeten de toegankelijkheid van de studie waarborgen zodat iedereen de kans krijgt om de dokter van morgen te worden.

Redactie: Jules Swinkels

Referenties

[1] DUO. (n.d.). Geraadpleegd op 22 oktober 2015 via https://duo.nl/particulieren/studievoorschot/

[2] van Sprang N., Wubbels S. Financiën en tijdsbesteding van geneeskundestudenten. Onderzoeksrapport KNMG Studentenplatform. Februari 2014.

[3] Enquête door LMSO en LOCA onder 3171 studenten geneeskunde en net afgestudeerden. September 2015.

[4] NOS. (2013). Instroom Geneeskunde omlaag. Geraadpleegd op 29 oktober 2015 via http://nos.nl/artikel/565390-instroom-geneeskunde-omlaag.html

[5] cao Ziekenhuizen. (n.d.). Geraadpleegd op 22 oktober 2015 via https://www.nvz-ziekenhuizen.nl/cao-kenniscentrum/cao/cao-ziekenhuizen-2014-2016/5119/stage.

[6] Handgraaf, H. (2013). Geef coassistenten een stagevergoeding! Geraadpleegd op 28 september 2016 via https://www.medischcontact.nl/arts-in-spe/nieuws/ais-artikel/column-geef-coassistenten-een-stagevergoeding.htm

[7] Bussemaker, J. Kamerbrief betreffende aanvullende vragen bij toezegging T02062 (19 september 2016).

Lisanne Kouwenberg

Lisanne Kouwenberg

Lisanne Kouwenberg studeerde na haar bachelor geneeskunde een tijdje gezondheidseconomie in Amerika. Daarna besloot ze naast haar master geneeskunde ook een master Health Economics te volgen. Met de combinatie van deze twee studies heeft ze als doel zowel de zorg als de organisatie ervan te verbeteren.