Het leek te mooi om waar te zijn: twee topstukken van Rembrandt die naar Nederland terugkeerden. Anoniem waren ze verstopt geweest in de optrekjes van de Franse bankiersfamilie De Rothschild. In 1634 schilderde Rembrandt de beeltenissen van het jonge paar Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, in hun beste pak en voorzien van chique ornamenten. Portretten staand en ten voeten uit waren tot dan toe strikt voorbehouden aan de hoogste Europese adel. Zo kunnen deze werken gezien worden als symbool voor de Gouden Eeuw, waarin de Hollanders de wereldeconomie beheersten en waarin ondernemende burgers zich afficheerden als de nieuwe vorstelijke klasse. De uitmuntende schilderijen van elk ruim twee meter hoog hebben naast elkaar een overweldigend effect. In de kunstwereld zitten gefortuneerde particuliere verzamelaars te azen op zulke topwerken. De Franse regering verleende in maart 2015 toestemming om de megadoeken buiten Frankrijk te verkopen nadat Franse musea in anderhalf jaar tijd niet in staat waren geweest de vraagprijs van 160 miljoen bijeen te sprokkelen.

 

Het leek te mooi om waar te zijn: twee topstukken van Rembrandt die naar Nederland terugkeerden.

Nationaal reddingsplan

In de Nederlandse kunstwereld groeide het deze zomer uit tot een schrikbeeld: Maerten en Oopjen, ons 17e-eeuwse erfgoed, verstopt achter de villamuren van een Arabische oliesjeik. Op initiatief van Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes en Alexander Pechtold, D66-fractieleider, kunsthistoricus en oud-veilingmeester, werd daarom op 8 september een geheim beraad in het Mauritshuis georganiseerd waarin de gezamenlijke fractievoorzitters van de Tweede Kamer zich schaarden achter een nationaal reddingsplan met als doel beide schilderijen te verwerven. Het bedrag van 160 miljoen euro zou voor de helft door de overheid en voor de andere helft door het Rijksmuseum en bevriende particuliere geldschieters (uit het bedrijfsleven, museumvereniging, mecenassen) gedoneerd worden.
 
Geconfronteerd met de Nederlandse eensgezindheid en om gezichtsverlies te voorkomen, herzag de Franse regering op 24 september het standpunt dat de Rembrandts het land zomaar zouden mogen verlaten terwijl ondertussen de Franse Centrale Bank bereid gevonden werd 80 miljoen te doneren. Uiteindelijk leidde dit tot het compromis dat het Louvre en het Rijksmuseum elk voor 80 miljoen één doek moesten kopen met de afspraak dat de beide werken altijd naast elkaar getoond worden en elke vijf jaar rouleren tussen Amsterdam en Parijs. Een duidelijk geval van het minst slechte alternatief: bij een Frans veto was er helemaal geen schilderij richting Nederland gekomen. De Nederlandse regering heeft zich laten afbluffen, want uiteindelijk worden de schilderijen niet eens permanent in Nederland getoond. Daarnaast neemt de Nederlandse Staat de toegezegde 80 miljoen volledig voor zijn rekening en blijven de particuliere vrienden van het Rijksmuseum buiten schot.

 

De aankoop heeft zo nauwelijks tot politieke ophef geleid terwijl deze volledige door de Staat gefinancierde aanschaf haaks staat op de visie die door minister Bussemaker (OCW) geformuleerd is in de beleidsnotitie ’Ruimte voor Cultuur’.

Politieke eensgezindheid

De vraag kan gesteld worden of deze kunstaankoop werkelijk een Staatstaak zou moeten zijn. De afgelopen zeven jaren hebben achtereenvolgende kabinetten forse bezuinigingen en ingrepen in sociale voorzieningen doorgevoerd. De nationale economie vertoont nu eindelijk de eerste tekenen van herstel en om dan direct 80 miljoen euro uit te geven aan een enkel schilderij is opmerkelijk. Bijzonder was de eensgezindheid onder de Nederlandse parlementariërs dat ‘de Rembrandts in het land van Rembrandt thuishoren’.

 

De aankoop heeft zo nauwelijks tot politieke ophef geleid terwijl deze volledige door de Staat gefinancierde aanschaf haaks staat op de visie die door minister Bussemaker (OCW) geformuleerd is in de beleidsnotitie ’Ruimte voor Cultuur’. Daarin wordt gesteld dat musea en gezelschappen zich deels zelf horen te bedruipen met behulp van eigen initiatieven en particuliere ondersteuning. Aankoop van werk van een schilder met wereldwijde allure levert uiteraard wel veel publiciteit op voor ons nationale museum wat goed is voor het toerisme en dus de Nederlandse economie. Ook is het een taak van de overheid om het culturele erfgoed te beschermen en waar mogelijk uit te breiden (De Lange, 2015).

 

Maerten en Oopjen blijven voortaan voor iedereen zichtbaar in openbaar toegankelijke musea. Desnoods in Parijs!

Het publiek is de grote winnaar

De aanschaf van de Rembrandt(s) was echter een haastklus waarin onze politici zich te makkelijk lieten overtuigen van de zogenaamde noodzaak snel te moeten beslissen. Het is de vraag of de schilderijen inderdaad 160 miljoen zouden opbrengen op de kunstmarkt aangezien zich in de periode vanaf maart geen enkele andere potentiële koper bekend had gemaakt. Daarnaast hebben de Nederlandse musea al vele Rembrandts in de collectie en zouden misschien met het bedrag van 80 miljoen euro beter andere – nog grotere – hiaten in ons nationaal erfgoed gedicht kunnen worden.Bovendien zijn er geen garanties dat de doeken (met tussenpozen) eeuwig in Nederland getoond zullen blijven worden. Door het vele reizen kunnen de schilderijen snel in verval raken. Wie houdt Frankrijk tegen als het Louvre besluit dat de werken te kwetsbaar zijn voor verhuizing en ‘dus’ in Frankrijk zouden moeten blijven?
 
De Nederlandse Staat heeft met de aanschaf van de Rembrandts een forse investering gedaan in nationale trots. De hoge verwervingskosten, het ontbreken van particuliere bijdragen en de onzekerheid of de Fransen zich aan alle afspraken zullen houden maken dat de aanschaf indruist tegen het geformuleerde kunstbeleid. Gelukkig is het publiek de grote winnaar: Maerten en Oopjen blijven voortaan voor iedereen zichtbaar in openbaar toegankelijke musea. Desnoods in Parijs!

 

Referenties

Schwartz, G. (2006, 8 november). The Rembrandt Book. New York: Harry N Amrbams Inc.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). (2015). Ruimte voor Cultuur. Uitgangspunten Cultuurbeleid 2017-2020. Den Haag: OCW.

Van Es, A. (2015, 22 september). Met dank aan een goed verhaal. De Volkskrant, p.4.

Van Zeil, W. (2015, 22 september). Symbool voor het Amsterdam van de Gouden Eeuw. De Volkskrant, p.5.

De Lange, H. (2015, 29 september). Waarom de aanschaf van twee Rembrandts een ‘heel goede zet’ is. Trouw; beschikbaar op de webpagina: http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/4146574/2015/09/21/Waarom-de-aanschaf-van-twee-Rembrandts-een-heel-goede-zet-is.dhtml, geraadpleegd op 30 november 2015.

Six, J. (2015, 3 oktober). Aankoop Rembrandt is onverantwoord. De Volkskrant, p.18-19.

Salomon van Geest

Salomon van Geest

“Salomon van Geest is student geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en volgt momenteel de minor bestuur&organisatiewetenschap aan de universiteit Utrecht. Hij is voornamelijk geïnteresseerd in de domeinen politiek en cultuur. Hij heeft voor deze minor gekozen vanwege het politieke aspect. Wat cultuur betreft is hij waarschijnlijk van plan om nog een minor kunstgeschiedenis te gaan volgen (hij gaat graag naar musea).