Graffiti is een realiteit over de hele wereld: in steden en op het platteland, van de Westerse wereld tot in conflictgebieden als Palestina en opkomende steden als Santiago. Ook in ons land is veel graffiti te zien; als je vanuit de trein door het raam naar buiten kijkt, glijden de kleurige letters en cartoons regelmatig aan het zicht voorbij. Achter graffiti schuilt vaak meer betekenis dan je op het eerste gezicht zou denken. Door terug te keren naar de opkomst van graffiticultuur in New York omstreeks de jaren ’70, komt het politieke karakter van graffiti aan het licht. Graffiti fungeerde toen als een vorm van protest tegen de gevestigde orde. Op welke manier hebben de ontwikkelingen van de afgelopen decennia de politieke rol van graffiti beïnvloed?
 

“wij bestaan ook, wij hebben ook een stem”

Even terugspoelen
Terug naar de jaren ’70, naar de gettowijken van New York. Daar gebruikten jongeren voor het eerst graffiti; ze verspreidden hun tags door de hele stad.[1] Tags zijn handtekeningen van de nickname van de auteur. Het streven van graffitischrijvers was om zo veel mogelijk oppervlakte te beschilderen met hun graffitinaam. De locatie en kwantiteit van een tag bracht aanzien en respect onder leeftijdsgenoten. Na verloop van tijd werden creativiteit en persoonlijke stijl ook belangrijke factoren bij het maken van graffiti. Pieces (afkorting van masterpieces) zijn de complexere graffitiwerken. Bij Pieces worden meestal meerdere kleuren gebruikt voor de invulling, uitlijning en achtergrond van letters en ze kunnen soms wel de gehele zijkant van een metrowagon bedekken. Competitie in originaliteit leidde tot de opkomst van diepte-illusie, cartoonachtige illustraties en ‘wildstyle pieces’ met lettering die zo vervormd wordt dat ze nauwelijks leesbaar zijn.[2]
Het zetten van zoveel mogelijk tags werd door de schrijvers uit New York ‘hitting’ of ‘bombing’ genoemd, dit reflecteert de anarchie die aan de activiteit ten grondslag ligt.[3] Voor de jongeren was het namelijk niet van belang welke autoriteit zeggenschap had over het oppervlak dat zij tagden. Het schrijven van graffiti was een illegale bezigheid en was daarmee dikwijls een vorm van protest. In een maatschappij waar marginale groepen als onwaardig werden beschouwd, bracht graffiti – voornamelijk beoefend door jongeren van Latijns- en Afro-Amerikaanse afkomst – de politieke boodschap “wij bestaan ook, wij hebben ook een stem”. Op deze manier bood graffiti jongeren de mogelijkheid om een eigen identiteit te creëren. Zoals graffitischrijver Taser 32 vertelt: “In its simplest form, a name on a vacant building signifies that ‘yes, I am here. I do interact with society and I do matter.”[4] Zo ligt er van oorsprong een politieke boodschap ten grondslag aan graffiti, ongeacht de vorm of tekst die geplaatst wordt.
 
afbeelding1

 

Piece door graffitiartiest DONDI (1979). Kenmerkend voor vroegere subway-graffiti in New York.
 
Van straat naar museum

Door een aantal ontwikkelingen in de graffiticultuur is deze politieke dimensie echter aan het veranderen. Zoals eerder vermeld, heeft graffiti zich in navolging van Amerikaanse jongeren over de hele wereld verspreid. Tegenwoordig zijn het niet enkel jongeren uit achterstandswijken die graffiti beoefenen, maar mensen uit verschillende lagen van de samenleving van de meest uiteenlopende leeftijden. Zo heeft een groot deel van de professionele graffitiartiesten een kunst-gerelateerde opleiding gevolgd. Aanvankelijk werd graffiti als vandalisme beschouwd, maar in de loop der jaren is geaccepteerd dat graffiti tot het niveau van kunst kan uitstijgen. Professionele graffiti of street art wordt steeds vaker legaal en in opdracht gezet. Zo’n relatief recent legaal werk is bijvoorbeeld in Utrecht te vinden op de hoek van de Kariboestraat. Graffiti is uitgegroeid tot commercieel product en kan zelfs in verschillende musea bewonderd worden.
 

Aanvankelijk werd graffiti als vandalisme beschouwd, maar in de loop der jaren is geaccepteerd dat graffiti tot het niveau van kunst kan uitstijgen.

Deze ontwikkelingen hebben geleid tot spanningen over de essentie van graffiti. Het gevaar is dat de connectie met straatcultuur verloren gaat. Zo legt de Colombiaanse graffitartiest DJ Lu uit: ‘being told where you can paint goes against the spirit of graffiti.’[5] Grote muurschilderingen die in opdracht van de gemeente gezet worden, verliezen hun politieke dimensie als zijnde een vorm van protest tegen de gevestigde orde. Op deze manier zou graffiti gereduceerd worden tot versiering van de openbare ruimte. Er is dan eerder sprake van een verbloeming van sociale problematiek dan van een uiting ervan.
 

De zonzijde van legale graffiti
 

 Graffiti kan op veel verschillende manieren een boodschap overbrengen.

De ontwikkeling naar meer legale graffiti heeft echter ook voordelen. Legale werken kunnen groter en complexer zijn, omdat de artiest zich niet hoeft te haasten. Ze zijn dus doorgaans ook van kwalitatief hogere waarde. Kenmerkend voor professionele graffiti is dat het zich duidelijk meer richt op beeld dan op het schrijven van de eigen nickname van de auteur, waardoor legale graffiti een groter publiek aanspreekt. Bovendien wordt graffiti, zowel legaal als illegaal, regelmatig gebruikt als middel om socio-politieke boodschappen te verkondigen. Op deze manier kan graffiti worden gezien als een ‘weapon of the weak’. Het biedt normaal gesproken machteloze individuen de mogelijkheid om een stem in te brengen tegen grote corporaties of economische machthebbers.[6] ’s Werelds bekendste graffitiartiest Banksy staat mede bekend om zijn politieke boodschappen. Een ander voorbeeld zijn de teksten van de Portugese Miguel Januario (bijvoorbeeld ±WE ARE 99 CENTS±), die mensen aan het denken zetten over de sociale consequenties van de Westerse consumptiemaatschappij. Op deze manier kan graffiti een politieke en morele functie bekleden die vroeger met enkel het schrijven van de eigen nickname niet gebruikelijk was. Zo blijkt dat graffiti op veel verschillende manieren een boodschap overbrengt naar het publiek. Van oorsprong lag die boodschap in de illegale praktijk van graffiti en was het een vorm van protest tegen de gevestigde orde, maar ondanks het feit dat graffitikunst tegenwoordig in het daglicht plaatsvindt, wordt het dus nog steeds gebruikt om morele en politieke boodschappen de buitenwereld in te sturen.
 
afbeelding2

Gezamenlijk kunstwerk van graffitiartiesten Vhils en Pixel Pancho in Lissabon (2013).
 
Redacteur: Lisanne Snoek
 

Referenties

[1] In the late 1960s, graffiti became increasingly individualized. The writing of one’s identifier (such as one’s initials and a street number), known as “tagging,” became popular in New York City and touched off the graffiti explosion that still exists today.

Marisa A. Gomez “The Writing on our Walls: Finding Solutions through Distinguishing Graffiti Art from Graffiti Vandalism,” U. Mich. JL Reform 26(1993): 637.

[2] Austin “From the city walls to ‘Clean Trains’” 226.

[3] Documentaire Style Wars 1983.

[4] Citaat van ‘Taser 32’ in Christen “Hip Hop Learning,” 63.

[5] Mubi Brighenti, “Graffiti, street art and the divergent synthesis of place valorisation in contemporary urbanism” 170.

[6] Jeffrey Ian Ross, Routledge Handbook of Graffiti and Street Art (Oxon & New York: Routledge, 2016), 7.
 
Afbeeldingen

  1. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:NYCS_tagged_IRT_train.jpg
  2. http://subsoloart.com/blog/2013/12/
Cika Schulz

Cika Schulz

Cika Schulz begon ruim drie jaar geleden met de opleiding Liberal Arts and Sciences in Utrecht, waar zij een aantal vakken over kunstgeschiedenis volgde en zich verder voornamelijk richtte op internationale betrekkingen. Tijdens haar studie heeft zij een half jaar in Lissabon gewoond, waar haar interesse voor graffiti verder werd aangewakkerd.