Water is een machtig middel; de beschikbaarheid en beheersing van water creëren mogelijkheden voor ontwikkeling en veiligheid. In conflictsituaties is waterbeheersing een beproefde methode tot onderdrukking, door de allesverwoestende kracht van afwezigheid of een overvloed aan water. Zo bouwt de Turkse overheid het oosten van Turkije vol dammen om de Koerden te blokkeren, vervuilt en gebruikt de Chinese overheid het schone water in de Himalaya van de Tibetanen, en vervuilen en blokkeren multinationals waterstromen tegen de rechten van inheemse bevolkingen in. Vanaf het begin van de Zionistische beweging is water dan ook van centraal belang geweest in de queeste naar land in Israël. Het is bepalend voor de locatie van nederzettingen en voor het vaststellen van de grenzen in Palestina. Vandaag de dag is water, al dan niet onzichtbaar, een van de belangrijkste en meest strategische middelen tot onderdrukking in het Israëlisch – Palestijns conflict.

 

 

Als je in de bezette West Bank of Golanhoogte bent, kun je enkel op basis van de aanwezigheid van zwarte watertonnen op daken al het onderscheid maken tussen Palestijnse huizen en Israelische nederzettingen.

 

Discriminerend waterbeleid

De ongelijke toegang tot water is groot: waar Palestijnen in de bezette gebieden dagelijks gemiddeld 70 liter tot hun beschikking hebben – de wereld gezondheidsorganisatie (WHO) heeft 100 liter per dag als minimum gesteld – is de Israelische toegang per capita rond de 300 liter, ruim vier keer meer (Amnesty International 2009). Toenemende droogte speelt een rol in het waterconflict, maar het discriminerende Israelische waterbeleid ligt aan de basis van de problematiek. Als je in de bezette West Bank of Golanhoogte bent, kun je enkel op basis van de aanwezigheid van zwarte watertonnen op daken al het onderscheid maken tussen Palestijnse huizen en Israelische nederzettingen. Alle Palestijnse daken worden gekenmerkt door grote zwarte tonnen om water op te slaan wanneer er water beschikbaar is, terwijl er in de Israelische illegale nederzettingen altijd stromend water is. Maar dit zichtbare onderscheid legt maar een klein deel van de waterapartheid bloot. Ondanks de akkoorden die in de jaren 90 gesloten zijn in Oslo controleert Israël de West Bank en Gaza volledig, de waterbronnen zijn hier geen uitzondering op. Meer dan 90% van de waterbronnen in de West Bank staan volledig of gedeeltelijk onder Israëlisch gezag; de bronnen hebben veelal nieuwe Hebreeuws namen gekregen, om zo de Palestijnse entitlement op het water te ondermijnen (United Nations 2012).

 

Volgens een in 2012 verschenen onderzoek van Oxfam is water voor Palestijnen in de bezette gebieden vijf maal zo duur vergeleken met wat Israëliërs betalen. De hoge prijs die voor water betaald moet worden heeft niet alleen invloed op het Palestijnse fysieke watergebruik, maar ook op investeringen in gezondheidszorg, onderwijs en economie. De financiële mogelijkheden in Palestina zijn beperkt: veel geld besteden aan watervoorzieningen betekent dat er minder beschikbaar is voor andere maatschappelijke doeleinden. In 2014 heeft Vitens, het grootste Nederlandse waterbedrijf, zich teruggetrokken uit een samenwerkingsverband met Mekorot, het Israelische nationale waterbedrijf, naar aanleiding van de misstanden in Gaza en de Westbank. Dit signaal heeft geen impact gehad op de ethiek van Mekorot. Naast Vitens zijn er vele organisaties, van grassroots NGO’s tot de Verenigde Naties, die zich hebben beziggehouden met de kwestie, tot nu toe zonder dat dit de situatie voor de Palestijnen heeft verbeterd.

 

 

Er mag in Palestina geen waterinfrastructuur worden aangelegd zonder toestemming van de Israelische autoriteiten

 

Blijvende gevolgen

De veelal gewelddadige overname en ontwikkeling van waterbronnen en aquifers heeft een diepe impact op de sociale en economische structuren in Palestina, waaronder een verminderde landbouwproductiviteit en sterk stijgende waterprijzen (United Nations 2012). Terwijl de Israelische nederzettingen landbouwtechnieken hebben kunnen ontwikkelen door stevige internationale investeringen en exportmogelijkheden naar onder andere de EU, worden Palestijnse boeren met beperkingen geconfronteerd waardoor productie en verkoop sterk vermoeilijkt wordt. Er mag in Palestina geen waterinfrastructuur worden aangelegd zonder toestemming van de Israelische autoriteiten (Selby 2013). Daarnaast gebruikt Israël de West Bank om afvalwater te dumpen en worden Palestijnse wateropslagtanks regelmatig verwoest door het Israelische leger of kolonisten (Amnesty International 2009).

 

Ondanks de afspraken en beloftes van de internationale gemeenschap is de status quo niet veranderd sinds de Oslo-akkoorden. Water was gedurende de Oslo-onderhandelingen een van de vijf centrale thema’s, samen met grenzen, vluchtelingen, de status van Jeruzalem en de status van Israelische nederzettingen in de bezette gebieden. Echter, conflicten rond waterrechten werden toentertijd door vele partijen gezien als het gemakkelijkst op te lossen. Dit was een inschattingsfout. (Brooks and Trottier 2011).

 

 

Wat de Palestijnen afschilderen als Israëls disproportioneel gebruik – zelfs diefstal – van water, presenteren de Israëliërs als het resultaat van een vooruitziende blik, technologie en ondernemerschap.

 

Het Israelische narratief: de bloeiende woestijn

Uiteraard vertelt de Israëlische overheid een andere waarheid. Een conflicterende waarheid, gevoed door een conflicterend narratief. Het Israëlische narratief laat zich goed samenvatten door de volgende quote van Shimon Peres, voormalig Israëlisch president:

 

‘Het land [Palestina] was voornamelijk een lege woestijn, met enkel een aantal eilandjes van Arabische nederzettingen; het hedendaagse Israelische bebouwbare land is verlost van moeras en wildernis.’

 

Sinds het ontstaan van Israël in 1948 is het narratief ‘de woestijn laten bloeien’ in verschillende vormen als terugkerend argument gebruikt om de bezetting en het winnen van water uit Palestijnse bronnen te verantwoorden. De technische en innovatieve superioriteit van de Israelische gemeenschap heeft de ontwikkeling en exploitatie van land en water mogelijk gemaakt; als dit niet was gebeurd zou het land vandaag de dag nog steeds leeg en onbenut zijn. Wat de Palestijnen afschilderen als Israëls disproportioneel gebruik – zelfs diefstal – van water, presenteren de Israëliërs als het resultaat van een vooruitziende blik, technologie en ondernemerschap (Gasteyer et al. 2012; George 1979). Ook zouden de Palestijnen, volgens het leidende Israëlische perspectief, zich meer moeten richten op de lekkende waterleidingen, het implementeren van waterbesparende irrigatietechnieken en het hergebruiken van afvalwater, om zo tot een efficiënter watergebruik te komen (Gvirtzman 2012).

 

 

Volgens de WHO is er meer dan genoeg water voor alle inwoners om aan het minimum, 100 liter water per persoon per dag, te voldoen, terwijl er maar gebruik hoeft worden gemaakt van 25% van de beschikbare bronnen.

 

In dit narratief komt de apartheid van het Israelische waterbeleid duidelijk naar voren. De grootschalige investeringen in waterinfrastructuur zijn ten eerste niet toegankelijk voor de mensen die in de bezette gebieden wonen, behalve voor de ruim 750.000 Israelische kolonisten. Er gelden verschillende quota, prijzen en autonomie, enkel gebaseerd op afkomst. Er zijn twee ‘soorten’ mensen: je afkomst bepaalt welk waterrecht je hebt.

 

Het is ook belangrijk om te benadrukken dat Palestina geen woestijn is, maar dat het gebied juist vruchtbaar is en er landbouw wordt bedreven sinds de eerste nederzettingen duizenden jaren geleden ontstonden. Volgens de WHO is er meer dan genoeg water voor alle inwoners om aan het minimum, 100 liter water per persoon per dag, te voldoen, terwijl er maar gebruik hoeft worden gemaakt van 25% van de beschikbare bronnen. Het omgekeerde blijkt echter het geval: door het immer groeiend Israëlisch watergebruik worden beschikbare bronnen en aquifers steeds verder uitgeput. Voor zo ver er data beschikbaar is, stelt de Verenigde Naties dat het in 2009 gewonnen water van bronnen en aquifers in zowel Israël als Palestina nog maar de helft is van zes jaar eerder (United Nations 2012), door het niet duurzaam gebruik van deze bronnen. Het Israelische woestijnnarratief zal dus op lange termijn juist leiden tot meer droogte.

 

Water is Macht

Water is essentieel voor de levensvatbaarheid en ontwikkeling van de mens. Schoon en voldoende water is een universeel mensenrecht. Toch wordt de beperking van toegang tot water door Israël gebruikt als een effectief middel om Palestijnen te onderdrukken. Door de – bijna gehele – controle op de Palestijnse waterbronnen op te eisen worden de Palestijnen beperkt in hun ontwikkeling en zelfbeschikking. De ongelijke toegang tot water is een direct gevolg van het conflict. Het is dan ook niet mogelijk om tot een rechtvaardige oplossing te komen zonder naar de gehele bezetting te kijken.

 

 

Referenties

Amnesty International. 2009. “Troubled Waters – Palestinians Denied Fair Access to Water.” https://www.amnestyusa.org/pdf/mde150272009en.pdf.

 

Brooks, David, and Julie Trottier. 2011. “Confronting Water in an Israeli–Palestinian Peace Agreement: Response to the Comments of Hillel Shuval.” Journal of Hydrology 397 (1–2): 149. doi:10.1016/j.jhydrol.2010.04.039.

 

Gasteyer, Stephen, Jad Isaac, Jane Hillal, and Sean Walsh. 2012. “Water Grabbing in Colonial Perspective: Land and Water in Israel/Palestine.” Water Alternatives.

 

George, Alan. 1979. “‘Making the Desert Bloom’ A Myth Examined.” Journal of Palestine Studies 8 (2): 88–100. doi:10.2307/2536511.

 

Gvirtzman, Haim. 2012. “The Israeli-Palestinian Water Conflict: An Israeli Perspective.” 94. Mideast Security and Policy Studies. The Begin-Sadat Center for Strategic Studies. http://www.biu.ac.il/SOC/besa/MSPS94.pdf.

 

Oxfam. 2012. “On the Brink. Israeli Settlements and Their Impact on Palestinians in the Jordan Valley.” Briefing Paper. https://www.oxfam.org/sites/www.oxfam.org/files/bp160-jordan-valley-settlements-050712-en_1.pdf.

 

Selby, Jan. 2013. “Cooperation, Domination and Colonisation: The Israeli-Palestinian Joint Water Committee.” Water Alternatives.

 

United Nations. 2012. “How Dispossession Happens – The Humanitarian Impact of the Takeover of Palestinian Water Springs by Israeli Settlers.” http://www.ochaopt.org/documents/ocha_opt_springs_report_march_2012_english.pdf.

Sophie de Bruin

Sophie de Bruin

Sophie heeft in Utrecht de Bachelor Liberal and Sciences gedaan waarna ze in Wageningen de Master Environmental Sciences heeft gevolgd. Binnen deze Master is ze voornamelijk bezig geweest met water beheer en de sociaal, economisch en politieke processen die hier omheen spelen.