Russia is a riddle, wrapped in a mystery, inside an enigma”, dat zei Winston Churchill tijdens een radio-uitzending op 1 oktober 1939. Churchills uitspraak is typisch voor het beeld van zowel de Sovjet-Unie als het moderne Rusland in Europa en de Verenigde Staten. Het Westen ‘begrijpt’ Rusland niet. Dat onbegrip wordt vaak in gechargeerde denkbeelden uitgedrukt, bijvoorbeeld in president Reagans idee van de Sovjet-Unie als evil empire. Met de val van het communisme veranderden politieke verhoudingen radicaal. Maar veranderde de Westerse beeldvorming rondom Rusland in de jaren na het einde van de Sovjets mee? Of zijn we geneigd om de ‘oude vijand’ te stereotyperen en is ons beeld daarmee nog steeds vertekend?

 

 

 Voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog stonden oost en west weer tegenover elkaar door het uitbreken van de burgeroorlogen in Oekraïne en Syrië.

 

Jarenlang waren het Westen, onder leiding van de Verenigde Staten, en de Sovjet-Unie in cultureel, ideologisch en politiek opzicht elkaars grootste vijanden. Toen ik mijn scriptie over dit onderwerp schreef, in het voorjaar van 2014, liepen de politieke spanningen tussen Rusland en de VS opnieuw hoog op. Voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog (1945-1991) stonden oost en west weer tegenover elkaar door het uitbreken van de burgeroorlogen in Oekraïne en Syrië. Beschuldigingen met betrekking tot het schenden van internationale afspraken en het gebruiken van propaganda vlogen over en weer. Rusland verweet de VS egocentrisme en imperialisme. De VS betichtten Rusland ervan opzettelijk de internationale vrede en orde te destabiliseren. Wederzijds onbegrip voor elkaars gedrag heerste alom. Niet alleen won de rol van de NAVO als instrument van het Westen tegen het oosten weer aan relevantie, volgens journalist Alan Cowell van de New York Times “haalden beide partijen ook de koudeoorlogsretoriek weer van stal”.

 

De recente gebeurtenissen rondom Oekraïne en Syrië zijn voorbeelden uit een lange reeks clashes die de relatie tussen de VS en Rusland heeft moeten doorstaan. Met veranderende internationale betrekkingen verandert de wederzijdse perceptie van staten, die terug te vinden is in de eerder genoemde retoriek. Soms worden de beelden (dat wil zeggen: opvattingen, stereotypen of houdingen) over ‘de Ander’ opzettelijk overdreven voor politieke doeleinden, bijvoorbeeld mobilisering van de publieke opinie. Na het einde van de Koude Oorlog beweerden commentatoren dat de negatieve stereotypering van Rusland voorbij was. Vandaag de dag lijken deze breed gedragen denkbeelden nog springlevend te zijn.

 

 

De hardnekkigste beelden lijken die van Rusland als van nature corrupt, gewelddadig, ondemocratisch en onbeschaafd te zijn.

 

Rusland zocht na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie naar zijn nieuwe plaats in de wereld. Een democratie naar Westers model werd geïnstalleerd. Net nadat de Sovjet-Unie uiteen was gevallen, was de mening van Amerikanen over Russen voor enige tijd relatief positief dankzij deze transformatie. Toen Boris Yeltsin in 1991 president werd, zorgde dat in de VS voor twijfel: moet er meer toenadering worden gezocht en worden voortgebouwd op die positieve tendens, of blijft Rusland de belichaming van het kwaad? Is Yeltsin een politicus die de Westerse waarden steunt of is hij een oude autocraat in een nieuw jasje? Het was verleidelijk om terug te grijpen naar de beelden van wat Amerikanen typisch Russisch vinden. De hardnekkigste beelden lijken die van Rusland als van nature corrupt, gewelddadig, ondemocratisch en onbeschaafd te zijn.

 

Laten we kijken naar enkele bronnen. De Tsjetsjeense oorlog was net in alle hevigheid losgebarsten toen toonaangevend New York Times-columnist William Safire het essay ‘Strategic Dilemma’ publiceerde in de editie van 1 december 1994 dat de gedachten verwoordde van een conservatief en republikeins deel van de Amerikanen. Safire was van mening dat de voormalige USSR weliswaar verzwakt was maar fundamenteel oorlogszuchtig: “Russia is authoritarian at heart and expansionist by habit; (…) Russia will rise again to superpowerhood, and is manifestly destined to look west and south to fill its irredental caries.” Steven Erlanger was Moskoucorrespondent toen hij in de New York Times van 1 mei 1994 het stuk ‘Russia’s Cold Kiss’ publiceerde. In zijn beschrijving van Rusland citeerde hij de controversiële Marquis de Custine, die 150 jaar eerder Rusland aandeed. Het land was in essentie niets veranderd, en naast gewelddadig ook corrupt, monotoon, armoedig: “In Russia, everything that you notice, and everything that happens around you, has a terrifying uniformity; and the first thought that comes into the traveller’s mind, as he contemplates this symmetry, is that such entire consistency and regularity, so contrary to the natural inclination of mankind, cannot have been achieved and could not survive without violence. Het beeld van het hoegenaamd imperialistische, autocratische en gewelddadige Rusland als grootste bedreiging van Amerika’s belangen in het buitenland was, na de val van de muur, nog lang niet was verdwenen. Over deze late ‘koudeoorlogsmentaliteit’ schreef onder meer sociologe Shujen Wang eerder dat Rusland “waarschijnlijk voor eens en voor altijd de vijand, het kwaad voorstelt voor Westerlingen”.

 

 

Zijn we de oude ‘wij-zij’-tegenstellingen nog steeds niet ontgroeid, als Westers land?

 

Vormde de ineenstorting van de Sovjet-Unie een breekpunt in de beeldvorming over Rusland in de Verenigde Staten? Kortweg: nee, het lijkt er niet op. For the sake of the argument heb ik gebruik gemaakt van generalisaties, ‘VS’, ‘Rusland’, ’Sovjet-Unie’, ‘het Westen’, vergelijkbaar met de manier waarop er in de hoofden van de mensen generalisaties worden gemaakt over naties die hun vreemd of vijandig zijn. Vanuit deze overweging denk ik dat het legitiem is om te spreken van een Ruslandbeeld. Dit beeld is ongrijpbaar, maar onmiskenbaar aanwezig. De angst, zelfs toen Rusland geen reële vijand meer was, vormt de rode draad in het Amerikaanse Ruslandbeeld. De oorlog in Tsjetsjenië heeft de animositeit wellicht weer aangewakkerd, of beter, de al bestaande, sluimerende vooroordelen over de Russen herbevestigd in de Amerikaanse pers. Deze ‘sluimerende’ denkbeelden kennen we nog altijd. Ze evolueren en kunnen onder invloed van politieke gebeurtenissen weer in zwang raken. Let eens op de berichtgeving rondom Rusland in de columns en commentaren. Ook nu kom je allerlei generalisaties en vooroordelen tegen, ook in Nederland. Zijn we de oude ‘wij-zij’-tegenstellingen nog steeds niet ontgroeid, als Westers land? De commentaren rondom de Russische betrokkenheid bij de Oekraïense en Syrische conflicten wijzen uit van niet.

 

Referenties

 

Cowell, A. ‘Dusting Off the Language of the Cold War’, New York Times, 27 maart 2014.

 

Erlanger, S. ‘Russia’s Cold Kiss’, New York Times, 1 mei 1994, 22.

 

Feklyunina, V. ‘Battle for Perceptions: Projecting Russia in the West’, in: Europa Asia Studies, Vol. 60, No. 4, juni 2008, 622.

 

Safire, W. ‘Essay; Strategic Dilemma’, New York Times, 1 december 1994.

 

Sanders, P. ‘Under Western Eyes. How meta-narrative shapes our perception of Russia – and why it is time for a qualitative shift’, Transit Online (geraadpleegd 12 juni 2013).

 

Tsygankov, A.P. Anti-Russian Lobby and American Foreign Policy (New York 2009) 40, 79.

 

Wang, S. ‘The New York Times’ construction of the post-cold war Russia: More “false endings”, in: International Communication Gazette, vol. 54, 1995, 228.

 

Ruben Dieleman

Ruben Dieleman

Ruben Dieleman studeerde Liberal Arts & Sciences aan de Universiteit Utrecht. Zijn specialisatie, Politieke Geschiedenis en Internationale Betrekkingen, maakt dat hij nog altijd dwangmatig naar de buitenland- en politieksecties van elke krant bladert en zijn vriendin urenlang kan vervelen met lezingen over utopieën.