“The question is not whether we will make it to Mars, but whether we will be successful once we get there” (Kraft and Kass, 2012).  

 

Een reis naar Mars lijkt een toekomstdroom, maar kan binnenkort werkelijkheid worden. Volgens de particuliere organisatie Mars One is het mogelijk in 2026 astronauten naar Mars te sturen om de eerste menselijke kolonie buiten de aarde te starten. Ons onderzoek toont echter aan dat er nog veel moet gebeuren voordat Mars daadwerkelijk gekoloniseerd kan worden.

 

Het is vooralsnog onmogelijk om vanaf Mars terug te keren naar de aarde, onder andere door de grote hoeveelheid brandstof die daarvoor nodig is. Daarom kunnen ruimtereizigers niet slechts op bezoek gaan op Mars, maar zullen zij zich er permanent moeten vestigen.

 

Een menselijke kolonie op Mars zal veel nieuwe kennis opleveren over omstandigheden buiten de aarde, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van water op Mars, zoals onlangs bevestigd door de NASA, en de gevolgen daarvan. Door dit soort nieuwe kennis zullen wellicht meer planeten bereikt en onderzocht kunnen worden en zal onze kennis over het heelal alleen maar toenemen. Volgens Mars One is alle techniek die zij nodig hebben inmiddels beschikbaar: “[N]o scientific breakthroughs are required to send humans to Mars and to sustain life there.”

 

Zo zijn ruimtevoertuigen ontwikkeld en speciale woningen die de astronauten bescherming moeten bieden tegen de harde omstandigheden op Mars. Elke twee jaar zal een nieuw team, bestaande uit vier streng geselecteerde personen, aankomen op Mars. Voor het zover is zullen zij een intensieve training volgen die ze voor moet bereiden op het leven op Mars. Zij zijn degenen die voor de grootste uitdagingen zullen komen te staan. Het grootste risico is niet de reis, maar wat daar op volgt.

 

De nodige techniek is beschikbaar en een intensieve training zal de kolonisten voorbereiden op het leven op Mars.

Van sciencefiction naar werkelijkheid

 

Door schrijvers en filmmakers is al het nodige gefantaseerd over een mogelijke toekomst voor de mens op Mars. Ook zij zien problemen die opgelost moet worden voordat er sprake kan zijn van een geslaagde kolonisatie. Zo schrijft Kim Stanley Robinson in Red Mars (1993) over de strijd die losbarst tussen Mars-kolonisten over de beslissing om te terraformen, het veranderen van het landschap van de planeet. Geoffrey Landis buigt zich in Mars Crossing (2000) over de vraag in hoeverre een groep van zes kolonisten door samenwerking kan overleven op Mars wanneer de techniek het begeeft. Wat staat er eigenlijk nog te doen, willen we kunnen verzekeren dat het de echte kolonisten beter vergaat dan de personages in Mars Crossing?

 

Na aankomst

 

Wanneer de kolonisten na zeven lange maanden in hun ruimtevoertuig aankomen op Mars zullen zij waarschijnlijk niet direct in staat zijn uit de raket te springen en hun al eerder aangekomen woning in gebruik te nemen. Door het langdurige gebrek aan zwaartekracht is het evenwichtsorgaan verstoord, waardoor ze lange tijd slechter zullen functioneren dan op aarde. Bewegen zal moeilijk zijn en de lang aanhoudende duizeligheid zal onprettig zijn (De la Torre, 2014).

 

 Na aankomst verkeren de kolonisten niet in optimale conditie.

Ook zijn de benen van de kolonisten tijdens hun zwaartekrachtloze vlucht slapper geworden (De la Torre, 2014). Bij aankomst zullen ze door de zwaartekracht van Mars niet of nauwelijks meer kunnen lopen. Denk maar aan de bekende beelden van astronaut André Kuipers, die na zijn terugkeer op aarde door sterke mannen uit de space shuttle getild moest worden, omdat hij zelf niet meer kon lopen.

 

De kolonisten zijn compleet aan zichzelf overgeleverd. In hun kwetsbare staat zullen zij samen moeten werken om te kunnen overleven. Dit kan leiden tot hoog oplopende emoties en frustraties.

 

Straling in de ruimte is overigens ook een groot probleem. Er is gebleken dat deze gevaarlijke straling, zeker bij lange reizen, door de wanden van een ruimteschip kan komen (Chancellor, Scott, & Sutton, 2014). Op dit moment is de bescherming die het ruimteschip biedt dus onvoldoende. Is het dan nog wel ethisch om kolonisten voor zulke lange periodes de ruimte in te sturen? Met behulp van de NASA-rover Curiosity is onderzocht hoeveel straling de kolonisten zouden ontvangen. Alleen al tijdens de lange reis naar Mars zullen de kolonisten een hoeveelheid straling ontvangen die equivalent is aan 31 CT scans! (Chancellor, Scott, & Sutton, 2014). Stel dat de astronauten door deze grote hoeveelheid straling kanker krijgen of last hebben van stralingsziekte. Mogen zij dan hopen op hulp vanaf aarde? Krijgen zij medicijnen en hoe lang duurt het voordat deze hulp geboden kan worden?

 

Hallo aarde, hier Mars

 

Om te vragen om hulp, of juist om goed nieuws te brengen, is het van belang dat er goed gecommuniceerd kan worden tussen Mars en de aarde. De op dit moment aanwezige rovers, karretjes met wetenschappelijke apparatuur die metingen verrichten, bewijzen dat dit mogelijk is. Het is echter een probleem dat voor communicatie door het gebruik van lichtstralen een directe zichtlijn nodig is tussen aarde en Mars. Dat betekent dat je in principe Mars moet kunnen zien vanaf de aarde zonder dat er een andere planeet in de weg staat. De rover Curiosity lost dit op door zowel zelf met aarde te communiceren als via satellieten rond Mars. Ook de Mars One missie wil deze techniek toepassen. Er zal echter een zekere vertraging in de berichten zijn die verstuurd worden. Hierdoor zal de communicatie relatief moeizaam verlopen.

 

 Voor communicatie door het gebruik van lichtstralen is een directe zichtlijn nodig tussen aarde en Mars.

Dat communicatie met aarde mis kan gaan bleek in 1997, toen een Mars Rover zichzelf soms herstartte door een fout in het besturingssysteem. Voor een rover is dit zonde: een deel van de data gaat immers verloren. Voor een missie met mensen zou het echter catastrofaal kunnen zijn als het gehele ruimtevoertuig gereset wordt. Het opzetten en het in stand houden van de kolonie kan in gevaar komen door dit soort gebreken.

 

Een miniatuur samenleving

 

Niet alleen technische problemen kunnen een bedreiging zijn voor het slagen van de kolonisatie. Wanneer een groep ruimtereizigers op Mars terecht komt, is het de vraag hoe ze daar een mini-samenleving zullen gaan vormen. Wie van de groep zal de leiding nemen? Wordt dat van te voren al bepaald? Of moet men maar kijken hoe de rollen binnen de groep zich vormen?

 

Het geval van leiderschap is nog maar één probleem als het gaat om vragen rondom groepsdynamiek. Men moet bijvoorbeeld ook rekening houden met de realistische conflicttheorie, die beschrijft dat conflicten ontstaan door schaarse bronnen van voedsel, macht en natuurlijke hulpbronnen. Hoe moeten de astronauten omgaan met conflicten als gevolg van concurrentie? Het is namelijk niet gemakkelijk om de nederzetting te bevoorraden en er kunnen tekorten ontstaan. Het is belangrijk te voorkomen dat de kolonisten elkaar uiteindelijk de tent uitvechten.

 

Verder is er de vraag hoeveel mensen er eigenlijk nodig zijn als basisbevolking van een kolonie. De Amerikaanse antropoloog Cameron Smith, die onderzoek doet naar de kansen en valkuilen als het gaat om ruimtekolonisatie, geeft aan dat er minimaal 20.000 mensen nodig zijn voor een levensvatbare kolonie (Wall, 2014). Er moet namelijk rekening gehouden worden met genetische en demografische diversiteit zodat de kans op overleven groter wordt. Het is van belang te weten of kolonisatie ook met minder mensen kan, omdat het met de plannen van Mars One veel te lang zou duren om de 20.000 inwoners te halen.

 

Nationaliteit: Mars

 

De missie naar Mars staat nog voor verschillende uitdagingen.

Mensen op Mars: een droom die binnen niet al te lange tijd werkelijkheid zou kunnen worden, als het aan Mars One ligt. Hierbij zou een aandachtspunt het vormen van een nieuwe samenleving moeten zijn.  In hoeverre is het mogelijk om een onafhankelijke leefgemeenschap te creëren met een beperkt aantal inwoners, daarbij rekening houdend met de dynamiek van een kleine groep? Daarnaast zijn er uitdagingen op gebied van gezondheid en communicatie. Er zal nog veel moeten gebeuren als we willen bereiken dat er in de toekomst mensen zijn die ‘Mars’ op hun paspoort hebben staan.


Dit artikel is gebaseerd op een gezamenlijke opdracht ten behoeve van de cursus ‘Wetenschap in maatschappelijke context’ aan het Descartes College van de Universiteit Utrecht.


 

Referenties

Chancellor, J. C., Scott, G. B., & Sutton, J. P. (2014). Space Radiation: The Number One Risk to Astronaut Health below Low Earth Orbit. Life, 491-510.

 

De la Torre, G. G. (2014). Cognitive Neuroscience in Space. Life, 281-294.

 

Gifford, Sheyna E. (2014, 18 februari). Calculated Risks: How Radiation Rules Manned Mars Exploration. Space.com.

 

Jones, M. (1997). What really happened on Mars? <http://research.microsoft.com/en-us/um/people/mbj/mars_pathfinder/mars_pathfinder.html>

 

Kraft, Norbert en Raye Kass (2012). The Uncharted Territories of Mars: Is Science Enough?. Huffington Post.

 

Landis, Geoffrey A. (2000). Mars Crossing. New York : Tor Books.

 

Mars One. <http://www.mars-one.com/>

 

Matt, Susan J. (2011). Homesickness: An American History. Oxford: Oxford University Press.

 

The National Aeronautics and Space Administration (NASA) (2015). NASA Confirms Evidence That Liquid Water Flows on Today’s Mars. Mars.NASA.gov.

 

Robinson, Kim Stanley (1993). Red Mars. New York: Spectra.

 

Spencer, H. (1896). The Study of Sociology, Appleton, New York.

 

Wall, M. (2013, 9 december). Radiation on Mars ‘Manageable’ for Manned Mission, Curiosity Rover Reveals. Space.com.

 

Wall, M. (2014, 28 juli). Want to Colonize an Alien Planet? Send 40,000 People. Space.com.

Joost, Rachida, Lauren en Wieke

Joost Besseling studeert informatica en wiskunde, Rachida Ganga studeert biomedische wetenschappen, Lauren Hoogen Stoevenbeld studeert literatuurwetenschap en Wieke Ligtenberg studeert algemene sociale wetenschappen. Zij nemen allen deel aan het Descartes College, het interfacultaire honoursprogramma van de Universiteit Utrecht en schreven hiervoor een interdisciplinair onderzoeksvoorstel.