Epidemieën, grootschalige uitbraken van infectieziektes, vormen al een bedreiging sinds mensen dicht op elkaar wonen. Sprekende voorbeelden hiervan zijn de pestepidemie in de Middeleeuwen of de Spaanse griep aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel er steeds meer kennis bestaat over ziektebeelden en hun behandelingen, is het uitbreken en de verspreiding van epidemieën tot vandaag de dag niet volledig te voorkomen en ook in de toekomst zal het gevaar van epidemieën blijven bestaan. Door de groeiende wereldbevolking is het zelfs waarschijnlijk dat de impact van epidemieën zal toenemen. Reden genoeg om zo scherp mogelijk te zijn op de gevaren, maar vooral ook op de mogelijkheden die we hebben bij een dergelijke uitbraak.

 

Van dier naar mens

Bij enkele grootschalige infectieziekten, zoals de recente uitbraak van de varkensgriep, speelden dieren een rol bij het ontstaan van de epidemie. Voor het beperken van het gezondheidsrisico dat optreedt daar waar mens en dier elkaar ontmoeten, is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de veehouderij en de diergeneeskunde. Aandachtspunten hierbij zijn met name isolatie van dieren, bescherming van betrokken mensen en het verzamelen van data.

 

Medewerkers van veebedrijven en dierenartsen kunnen bij uitstek de brug vormen tussen potentieel besmette dieren en de maatschappij.

 

Het min of meer geïsoleerd houden van vee is een belangrijke stap in het waarborgen van de volksgezondheid. In het voorbeeld van de varkensgriep lijkt het virus in een varken te zijn ontstaan. Het bleek overdraagbaar naar mensen en kon zich vervolgens goed verspreiden en ziekte veroorzaken.1,2 Om het risico van een dergelijke uitbraak in de toekomst zo veel mogelijk te beperken moet vee zo min mogelijk in contact komen met andere dieren zoals vogels, plaagdieren en vee van andere bedrijven. Een zo veel mogelijk gesloten bedrijfsvoering is in dit kader dus een goede optie. Dit beperkt tegelijkertijd de kans dat verschillende virussen bij elkaar komen om nieuwe virussen te vormen en de kans dat gevaarlijke virussen een weg naar de menselijke populatie vinden.

 

Een andere maatregel om uitbraken tegen te gaan is extra bescherming voor mensen zoals medewerkers van veebedrijven en dierenartsen2,3. Deze mensen kunnen bij uitstek de brug vormen tussen potentieel besmette dieren en de maatschappij. Goede beschermers zijn strikte hygiënische maatregelen, maar wellicht ook extra griepvaccinaties voor deze risicogroepen.3

 

Wanneer een ziekteverwekker de stap van dier naar mens heeft gemaakt, is effectieve humane gezondheidszorg essentieel.

 

Tot slot is het verzamelen en integreren van data over diergezondheid belangrijk. Door informatie te verzamelen over diergroepen en bedrijven kunnen risicoanalyses gemaakt worden die kunnen helpen om problemen gericht aan te pakken en snel bij de bron te komen. In aansluiting hierop kan met de verzamelde data gewerkt worden aan betere (computer)modellen van het verloop en ontstaan van epidemieën.4 Dergelijke modellen vormen een uitstekend medium voor samenwerking tussen verschillende disciplines. Bovendien kunnen ze de basis vormen voor grootschalige maatregelen die genomen worden door overheidsinstanties op het moment dat uitbraken een groot gevaar gaan vormen.

 

Humane gezondheidszorg: inzetbaarheid en antivirale middelen

Wanneer een ziekteverwekker de stap van dier naar mens heeft gemaakt, is effectieve humane gezondheidszorg essentieel. Één van de voornaamste gevaren van grootschalige infectieziekten is echter dat zij de potentie hebben om de gezondheidszorg stil te leggen. Personeel in de gezondheidszorg heeft namelijk een verhoogde kans om geïnfecteerd te raken bij een uitbraak door de vele contacten met geïnfecteerde mensen. Bij de recente uitbraak van het ebolavirus in Liberia, Sierra-Leone en Guinee werd duidelijk dat de uitval van medisch personeel een uitdaging vormt bij de bestrijding van epidemieën. In deze drie landen zijn in de periode van december 2013 tot oktober 2015 881 gezondheidswerkers geïnfecteerd geraakt, waarvan er 513 overleden zijn aan het ebolavirus.5

 

Een verontrustende uitdaging voor de gezondheidszorg is echter het gebrek aan antivirale medicijnen.

 

Ondanks het bestaan van isolatieprotocollen en het gebruik van beschermende kleding is ook de Nederlandse gezondheidszorg in dit opzicht vatbaar voor epidemieën. Beschermende maatregelen binnen instellingen bieden geen garanties. Bovendien loopt medisch personeel, net als ieder ander, de kans om buiten de instelling geïnfecteerd te raken. Vaccins en het preventief gebruik van antivirale middelen kunnen extra bescherming bieden aan medisch personeel.

 

Een verontrustende uitdaging voor de gezondheidszorg is echter het gebrek aan antivirale medicijnen. Bij de bestrijding van bacteriële infecties is inmiddels duidelijk dat antibioticaresistentie een groot probleem vormt. Minder bekend is dat ook virale ziekteverwekkers steeds resistenter worden voor bestaande antivirale middelen. De Nederlandse overheid heeft een noodvoorraad antivirale middelen die onder andere bestaat uit oseltamivir en zanamivir.6 Hoewel beide middelen voorheen werkten tegen het griepvirus bleek in 2008 dat 30% van de H1N1-griepvirussen resistent zijn geworden voor oseltamivir.7 Het is te verwachten dat resistentie tegen antivirale middelen verder zal toenemen in de toekomst.

 

Daarnaast is in de afgelopen decennia het aantal antibacteriële en antivirale middelen in ontwikkeling sterk afgenomen. De voornaamste reden hiervoor is dat de ontwikkeling van deze middelen relatief minder winstgevend is dan medicatie voor chronische aandoeningen. Tevens speelt mee dat het lastig is om antivirale middelen te ontwikkelen, omdat deze medicijnen de lichaamseigen cellen kunnen beschadigen waarin het virus zich schuilhoudt.8 Door de ontwikkeling van antivirale medicijnen een speerpunt te maken van publieke onderzoeksinstellingen en Universitaire Medische Centra, kunnen achterblijvende private investeringen hierin, in ieder geval deels, worden gecompenseerd.

 

De overheid: vaccinatie en kanalisatie

Epidemieën vergen een effectieve reactie van overheden om controle over de situatie te houden. Een effectief instrument hiervoor is vaccinatie. Vaccins zijn echter niet altijd snel beschikbaar. Net als voor antivirale middelen geldt dat de ontwikkeling van vaccins tijdrovend is. Daarbij komt dat een vaccin pas ontwikkeld kan worden wanner het virus is geïdentificeerd. Voor overheden is het vaak lastig om te bepalen hoeveel vaccins er nodig zijn en voor wie. In reactie op de varkensgriepepidemie van 2009, bijvoorbeeld, bestelde het Ministerie van Volksgezondheid 34 miljoen vaccins.9 Dit besluit is later bekritiseerd, omdat slechts een klein deel van de vaccins is gebruikt en vanwege de mogelijke rol die de farmaceutische industrie heeft gehad in de totstandkoming van deze bestelling.9,10

 

Andere preventieve maatregelen zijn vaak gemakkelijker toe te passen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een meldingsplicht voor artsen bij het vermoeden van een geïnfecteerde patiënt. Ook kunnen voorlichtingscampagnes helpen om het risico op verspreiding te verminderen aan de hand van hygiëne- en omgangsinstructies.2

 

Een effectief instrument om een epidemie onder controle te houden is vaccinatie. Vaccins zijn echter niet altijd snel beschikbaar.

 

Vooral tijdige en duidelijke voorlichting vanuit overheden zal in de toekomst een steeds belangrijkere rol spelen tijdens epidemieën. Via sociale media kan incorrecte informatie snel worden verspreid en de overhand krijgen. Dit kan uitmonden in massahysterie, oftewel een buitenproportionele angst voor de epidemie gepaard met heftige publieke reacties hierop.11

 

Het bestrijden van epidemieën is en blijft een lastige taak. De huidige ontwikkelingen, zoals de groei van de intensieve veehouderij en toenemende resistentie tegen antivirale middelen, vergen maatregelen om het ontstaan en de verspreiding van infectieziekten tegen te gaan. Voorlopig zullen epidemieën echter een reëel gevaar blijven vormen voor de volksgezondheid. De vraag is dan ook niet of, maar wanneer de volgende epidemie uitbreekt.

 

Referenties

  1. World Health Organization. (2011).Implementation of the international health regulations (2005): report of the review committee on the functioning of the international health regulations (2005) in relation to pandemic (H1N1) 2009. Sixty-Fourth World Health Assembly A64/10. Geneva, Switzerland: World Health Organization.
  2. Helsloot I., Van Dorssen M. (2011). Evaluatie aanpak nieuwe influenza A (H1N1). Utrecht, Nederland: Berenschot.
  3. Gray C.G., Trampel D.W., Roth J.A. (2007). Pandemic influenza planning: shouldn’t swine and poultry workers be included? Vaccine, 25(22), pp. 4376-4381.
  4. Ortiz-Pelaez A., Pfeiffer D.U. (2008). Use of data mining techniques to investigate disease risk classification as a proxy for compromised biosecurity of cattle herds in Wales. BMC Veterinary research, 4(24).
  5. World Health Organization. (2015). Ebola situation report – 14 October 2015. Geraadpleegd op 18 oktober 2015. Beschikbaar via: http://apps.who.int/ebola/current-situation/ebola-situation-report-14-october-2015
  6. Wiersma T.J., Boukes F.S., Geijer R.M.M., Goudswaard A.N. (2009). NHG-standaarden 2009. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
  7. Medisch Contact. (2008). Noodvoorraad Tamiflu toch nuttig. Geraadpleegd op 18 oktober 2015. Beschikbaar via: http://medischcontact.artsennet.nl/archief-6/Tijdschriftartikel/23050/Noodvoorraad-Tamiflu-toch-nuttig.htm
  8. The National Academy of Sciences. (n.d.). Antibiotics and antivirals. Geraadpleegd op 18 oktober 2015. Beschikbaar via: http://needtoknow.nas.edu/id/prevention/vaccines-medicines/antibiotics-and-antivirals/
  9. RTL Nieuws. (2011). Mexicaanse groep kostte onnodig 144 miljoen. Geraadpleegd op 18 oktober 2015. Beschikbaar via: http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/mexicaanse-griep-kostte-onnodig-144-miljoen/
  10. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2011). Kamerbrief onderzoek farmaceutische industrie. Geraadpleegd op 18 oktober 2015. Beschikbaar via: file:///C:/Users/Ayman/Downloads/kamerbrief-onderzoek-farmaceutische-industrie.pdf
  11. Balaratnasingam S., Janca A. (2009). Mass hysteria revisited. Current Opinion in Psychiatry, 19, pp. 171-174.
  12. Science Palooza. (2009). Een varkensgriep verslag van een arts in Mexico. Geraadpleegd op 18 oktober 2015. Beschikbaar via: http://www.sciencepalooza.nl/2009/05/een-varkensgriep-verslag-van-een-arts-in-mexico/
Avatar

Sanne, Ayman, Nol en Hannah

Dit artikel is voortgekomen uit een samenwerking tussen De Focus en het Descartes College, het interfacultaire honoursprogramma van de Universiteit Utrecht. Sanne Levering, Ayman El Idrissi, Nol van Gerven en Hannah Kraus.​ Zij namen allen deel aan het Descartes College, en schreven hiervoor een interdisciplinair onderzoeksvoorstel.