Het Kabinet en de sectororganisatie voor het primair onderwijs (PO-raad) hebben afgesproken dat het primair onderwijs in 2017 moet voldoen aan de minimumnorm van twee uur, waarbij mogelijk drie uur, beweegonderwijs per week met gekwalificeerde leerkrachten. Meer uren gymles op school dragen bij aan het verbeteren van de leerprestaties, het ontwikkelen van motorische vaardigheden en aan een gezonde samenleving. Daarnaast is het een manier om actief te ontspannen. Kortom, jonge kinderen leren door bewegen hun wereld kennen. Waarom besteden scholen hier dan niet meer aandacht aan en wordt het niet een verplicht vak?

 

Hierbij ligt het fundament op de basisschool: hoe meer plezier in sport kinderen op jonge leeftijd hebben, hoe groter de kans is dat zij op latere leeftijd hiermee doorgaan.

 

Bewegen moet je leren

De verleiding om niet te sporten wordt steeds groter. Kinderen bewegen steeds minder door de maatschappij van technologie en automatisering. Dit heeft een ongunstige weerslag op de capaciteit van de lichamelijke basiseigenschappen als kracht, lenigheid, snelheid en uithoudingsvermogen. Als gevolg van te weinig bewegen en het missen van de basiseigenschappen lopen kinderen het gevaar om meer houdingsafwijkingen te krijgen.

 

Het stimuleren van sportbeoefening kan dit sedentaire levenspatroon doorbreken en op die manier bijdragen aan een gunstiger verloop van het groeiproces.[1] Bewegen moet je leren; het gaat niet vanzelf. Hierbij ligt het fundament op de basisschool: hoe meer plezier in sport kinderen op jonge leeftijd hebben, hoe groter de kans is dat zij op latere leeftijd hiermee doorgaan. Daarbij zit ook een sociale component: kinderen leren omgaan met winst en verlies, en het presteren in een team.[2] Immers, jong geleerd is oud gedaan.

 

Via het onderwijs kan niet alles worden opgelost, maar door middel van verplichte gymles worden alle kinderen bereikt en zo ontwikkelen kinderen motorische vaardigheden en wordt het beweegtekort bij de basis aangepakt.

 

Wettelijk verplicht stellen

Met het huidige bewegingsonderwijs is het slecht gesteld. Bijna de helft van de scholen gebruikt geen vakdocenten en twintig procent van de scholen plant maar één lesuur bewegingsonderwijs per week.[3] Nog geen vijf procent van de scholen roostert de geambieerde drie uur gymles in. Toch voelt staatssecretaris Sander Dekker er niks voor om twee uur gymles per week in het primair onderwijs verplicht te stellen. Wat op zijn minst bijzonder is, aangezien het duidelijk is wat het belang is van lichamelijke opvoeding.

 

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad stelt dat het aantal uren bewegingsonderwijs wettelijk vastleggen in strijd is met de vrijheid van onderwijs en dat hiervoor de grondwet moet worden gewijzigd. Dat de vrijheid van onderwijs hiermee een klein beetje wordt ingeperkt kan niet worden ontkend, maar bij grondrechten gaat het altijd om belangenafweging. Elk kind heeft recht op bewegen ongeacht de achtergrond. Kinderen in arme gezinnen (44 procent) zijn minder vaak lid van een sportvereniging en zitten minder vaak op zwemles dan kinderen in welvarender gezinnen (77 procent).[4] Ook zijn er te veel mensen die te weinig bewegen en dat begint al in het primair onderwijs. Via het onderwijs kan niet alles worden opgelost, maar door middel van verplichte gymles worden alle kinderen bereikt en zo ontwikkelen kinderen motorische vaardigheden en wordt het beweegtekort bij de basis aangepakt. Daarnaast moeten de lessen worden gegeven door gekwalificeerde vakdocenten. “Het recht op beweging voor alle kinderen is van dermate groot belang dat dit van het onderwijs kan worden gevraagd. Daarvoor hoeven we de grondwet niet te veranderen”, aldus Michiel van Nispen (SP-Kamerlid).[5]

 

Belangrijk vak

De Tweede Kamer dringt erop aan om gymles wettelijk vast te leggen. Het zou voor het eerst zijn dat het aantal uren voor een schoolvak wettelijk wordt vastgelegd. Er is immers ook geen vast aantal uren voor taal- of rekenonderwijs vastgelegd.[6] Hierbij is het verschil dat taal en rekenen einddoelen hebben. Er kan worden gemeten wat een kind heeft geleerd door middel van bijvoorbeeld een Citotoets. Bij bewegingsonderwijs kan dat niet op die manier. Kracht, conditie en snelheid kunnen worden gemeten, maar elk kind is anders. Het gaat erom dat gymles door vakdocenten wordt gegeven om zo kinderen doelgerichte spelletjes te laten spelen die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, en om kinderen het plezier van sport te laten ervaren. Kinderen hebben hier profijt van in de samenleving en in de toekomst. Als oplossing voor het ontbreken van het meten op einddoelen kan als oplossing de inzet worden beoordeeld. Kinderen krijgen geen cijfer op basis van hoe goed ze zijn in iets, het gaat erom dat kinderen het op zijn minst proberen. Kinderen leren zo met vallen en opstaan, wat normaal is in het leven. Ze worden op deze manier niet afgestraft op fouten die ze maken, maar leren ervan!

 

Uit onderzoek van de Universiteit van Göteborg is gebleken dat extra bewegingsonderwijs de kans verdubbelt dat een leerling de nationale leerdoelen haalt.

 

Beter prestaties

Daarnaast heeft NOC*NSF met zorgverzekeraar Achmea onderzocht wat de Nederlandse bevolking van bewegingsonderwijs vindt. De uitkomst is positief in tegenstelling tot wat er vaak wordt gedacht. Meer dan de helft ziet gym als één van de belangrijkere vakken na taal, rekenen en sociale vaardigheden. 75 procent vindt gym zelfs onmisbaar. Het is duidelijk dat gymles een belangrijke plek in het onderwijs moet krijgen.[7] Tevens is het argument dat ‘lichamelijke opvoeding tot slechtere prestaties leidt’ ontkracht. Uit onderzoek van de Universiteit van Göteborg is gebleken dat extra bewegingsonderwijs de kans verdubbelt dat een leerling de nationale leerdoelen haalt.[8] Juist dat zou ook voor het onderwijs een reden moeten zijn om gymles wettelijk vast te laten leggen.[9]

 

Het wettelijk vastleggen van het aantal uur bewegingsonderwijs per week is daarentegen een extra stok achter deur om daadwerkelijk de noodzakelijke sprong te maken.

 

Actie

Het staat vast dat de staatssecretaris van Onderwijs en de minister van Sport nog deze kabinetsperiode moeten regelen wat leerkrachten, ouders en de sportsector graag willen: meer en beter bewegingsonderwijs. Lichamelijke opvoeding heeft positieve effecten op de leerprestaties, de motorische vaardigheden en uiteindelijk op de samenleving. Het houden bij een minimumnorm aan aantal uren bewegingsonderwijs gaat niet werken. Het wettelijk vastleggen van het aantal uur bewegingsonderwijs per week is daarentegen een extra stok achter deur om daadwerkelijk de noodzakelijke sprong te maken. Wil het Kabinet een samenleving waarin de bevolking gezonder is en kinderen die het goed doen op school, dan is het noodzaak om serieus te gaan nadenken over een wetsverandering in het belang van kinderen. En wie wil nou niet dat de volgende generatie gezond is, goede prestaties levert en kan omgaan met tegenslag?

 

Referenties

[1] Philippaerts, 2011, in Bougois & Vrijens, 2011.

[2] van Nispen, 2015.

[3] van Nispen, 2015.

[4] Reijgersberg & Poel, 2014.

[5] Aquina, 2014.

[6] Den Besten, 2014.

[7] NOC*NSF, 2014.

[8] Käll, Nilsson & Lindén, 2014.

[9] Aquina, 2014.

 

Aquina, L. (2015, 20 augustus). SP wil wet voor drie uur gym op basisscholen.

Geraadpleegd via

http://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/nieuwsberichten/nieuwsbericht/98683/sp-wil-wet-voor-drie-uur-gym-op-basisscholen (23 oktober 2015)

Besten, R. den. (2014, 29 september). Graag meer gym, maar niet bij wet verplicht. Trouw.

Geraadpleegd via

http://www.trouw.nl/tr/nl/4556/Onderwijs/article/detail/3758458/2014/09/29/Graag-meer-gym-maar-niet-bij-wet-verplicht.dhtml

Bourgois, J. & Vrijens, J. (2011) Jeugdtraining. Philippaerts, R. (Eds.), Basis voor

verantwoord trainen (pp. 334). Gent: Publicatiefonds voor Lichamelijke opvoeding vwz.

Käll, L. B., Nilsson, M., & Lindén, T. (2014). The impact of a Physical Activity Intervention

Program on Academic: Achievement in a Swedish Elementary School Setting. (8),

84, 473-480.

Nispen, M. van et al. (2014, 24 september). Investeer deze kabinetsperiode nog in meer en

beter bewegingsonderwijs. Geraadpleegd via http://www.sportenstrategie.nl/2015/sport-en-bewegen/onderwijs/investeer-deze-kabinetsperiode-nog-in-meer-en-beter-bewegingsonderwijs/ (23 oktober 2015)

NOC*NSF (2014, 24 september). Meerderheid Nederlanders wil bewegingsonderwijs als

kernvak op bassischool. Geraadpleegd via

http://www.nocnsf.nl/cms/showpage.aspx?id=17729 (23 oktober 2015)

Reijgersberg, N., & Poel, H. v. (2014). Sportdeelname van kinderen in armoede. Utrecht:

Mulier Instituut.

 

Lieke de Smet

Lieke de Smet

Lieke is vierde jaars student Sport, Management & Ondernemen (HvA) en heeft de minor Bestuurs- en organisatiewetenschap gedaan aan de Universiteit Utrecht. Momenteel zit ze een halfjaar in Costa Rica voor haar afstudeeropdracht bij een duikschool en om te reizen. In september wil ze de master Sportbeleid en Sportmanagement aan de UU gaan starten (als ik word aangenomen). Haar leven draait altijd om sportminded bezig zijn, daarnaast houd ze van reizen om de wereld en culturen te ontdekken. Ze wil dat iedereen de kans krijgt om te kunnen sporten, haar doel is om internationaal te kunnen werken om landen te helpen met het verbeteren van de sportparticipatie, -beleid etc.