“Eight hugs a day, and the world will be a better place”. De aangedragen handeling in deze zin zorgt volgens Paul Zak, beter bekend als ‘Doctor Love’, voor een sterkere connectie tussen mensen. Het biologische fundament voor deze, op zich logische, veronderstelling komt vanuit een door de knuffel geïnduceerde toename aan oxytocine in het brein. Dit is een neuropeptide die ook wel gepresenteerd wordt als het knuffelhormoon, liefdeshormoon of enige andere benaming waarin zich een koppeling tussen een zoetsappig woord en -hormoon bevindt. Het algemene idee binnen de maatschappij is dat de toename in oxytocine resulteert in pro-sociaal menselijk gedrag dat zich onder andere uit in het hebben van meer vertrouwen in andere mensen, een verhoogd gevoel voor moraliteit en zelfs een vergroot seksueel orgasme.

 

 Oxytocine wordt dikwijls gepresenteerd als dé oplossing voor grote en kleine conflicten.

Vanwege deze pro-sociale impuls wordt oxytocine vandaag de dag op een hoog voetstuk geplaatst binnen de wetenschap, de ‘pseudo-wetenschap’ en de maatschappij in het algemeen. Zo is de hoeveelheid onderzoek die ernaar gedaan wordt in de laatste jaren exponentieel gestegen; met de voornaamste focus op positieve gevolgen van oxytocine-toediening op menselijk gedrag. Hiertoe behoort bijvoorbeeld een experiment waarin is aangetoond dat mannen die sociale connecties ontwijken uit angst voor verraad na het toedienen van oxytocine meer vertrouwen tonen in andere mensen en ook sneller een samenwerking aangaan met deze mensen. Met dergelijke resultaten reisden personages zoals ‘Doctor Love’ vervolgens de gehele wereld over om oxytocine in TED Talks en andere conferenties aan te prijzen, en om mensen mede te delen dat een betere wereld slechts één neuropeptide van ons vandaan is (klik hier voor de TED Talk van Paul Zak). Oxytocine is zo min of meer gepresenteerd als een toekomstbieder voor de algehele mensheid in diens hoedanige staat: meer oxytocine, is meer pro-sociaal gedrag en zo ook dé oplossing voor grote en kleine conflicten. De vraag is echter of deze lofprijzing wel helemaal terecht is.

 

Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat oxytocine niet alleen pro-sociaal, maar ook anti-sociaal gedrag doet aanscherpen. Zo is er ontdekt dat oxytocine zijn vergrotende invloed ook uitoefent op zaken zoals agressie en etnocentrisme. Dit laatste houdt in dat mensen meer gericht zijn op hun eigen sociale groep en dat zij leden van deze groep prefereren boven leden van andere sociale groepen. Toediening van oxytocine scherpt dit gedrag aan, resulterend in een vergrote individuele tendens om je vanuit de focus op je eigen groep af te zetten tegen andere sociale groepen en diens ‘toebehorenden’. Het moge dus duidelijk zijn dat oxytocine niet zo liefdadig is als dat in grote mate beweerd wordt en dat een groot aantal wereldlijke conflicten, wanneer gericht op botsingen tussen verschillende groepen, al buiten de zogenaamde oxytocine-behandeling vallen.

 

Om deze reden richt de huidige onderzoeks-trend zich op een meer algemeen en dieper liggend mechanisme waar oxytocine zijn invloed op uitoefent; een mechanisme dat onderliggend is aan een breed scala aan toenaderingsgerichte gedragingen. Hierbinnen kunnen zowel de pro- als anti-sociale reacties op oxytocine verklaard worden, want zowel vertrouwen als agressie hebben te maken met het zoeken van toenadering tot andere mensen en etnocentrisme zorgt ervoor dat leden van dezelfde sociale groep meer naar elkaar toe trekken. Zo is er gedacht dat het met een door oxytocine geïnduceerde reductie van angst te maken zou kunnen hebben. In een verscheidenheid aan onderzoeken is namelijk naar voren gekomen dat de amygdala, een gebied in het brein dat gelinkt is aan de regulatie van angst, minder activatie toont op relevante momenten na de toediening van oxytocine. Vanaf hier is één plus één twee: minder activatie van de amygdala, is minder angst en zo ook meer toenadering tot andere personen, zowel op vertrouwelijke als op agressieve wijze. Er zijn echter ook resultaten gevonden die dit juist weer tot in de volledigheid tegen spreken. Zodoende is het wetenschappers (nog) niet gelukt om met fundamenteel neurologisch bewijs vast te stellen of dit de juiste uit een kleine poel aan verklarende kandidaten is (meer informatie).

 

 De maatschappij lijkt niet te accepteren dat oxytocine helemaal niet zo een goeddoende neuropeptide is als dat men in eerste instantie dacht.

De vijf voornaamste Google hits bij het aandragen van het woord oxytocine laten dan wel zien dat deze negativiteits- en algemeniteits-nuance is doorgedrongen tot op de digitale voorgrond, maar het beeld over oxytocine als mogelijke wereldverbeteraar heeft vandaag de dag nog altijd niet zijn plaats binnen de maatschappij verloren. Het lijkt wel alsof er gewoonweg niet geaccepteerd wil worden dat oxytocine helemaal niet zo’n goeddoende neuropeptide is zoals in eerste instantie gedacht. Waarom? Komt deze tendens vanuit het gezegde ‘hoop doet leven’ waarbij het geloof in een dergelijk knuffelhormoon bijdraagt aan een wanstaltige poging om mensen vast te laten houden aan een toekomst die gesierd wordt door een betere wereld met één grote knuffelende groep mensen? Of is het gewoonweg een foutief beeld dat maar moeilijk uitgewist kan worden, zoals zogeheten false positives ook maar moeilijk uitgewist kunnen worden binnen de wereld der ‘statistiekelingen’? En wat maakt het dat een ander hormoon genaamd vasopressine, gelinkt aan agressie, veel minder aandacht krijg terwijl het minstens zo relevant is voor onze kennis over menselijke connecties?

 

Kortom, alhoewel de nuance steeds verder doordringt tot mens en maatschappij is de ware balans betreffende het beeld over oxytocine nog niet gevonden. Dit toont in feite de maakbaarheid van de maatschappelijke visie aan waarin men blind lijkt te zijn geworden voor negatieve informatie, met een zekere onwelwillendheid om afstand te doen van een uitsluitend positief beeld. Moge het voor de momentele lezer in ieder geval voor eens en voor altijd duidelijk zijn dat discussies die besloten worden met een argument over de neuropeptide in kwestie als ultieme wereldoplossing in hun geheel nog geen einde hebben gekend.

 

Referenties

Bakermans-Kranenburg, M. J., & van IJzendoorn, M. H. (2014). A sociability gene? Meta-analysis of oxytocin receptor genotype effects in humans. Psychiatric genetics, 24(2), 45-51.

 

Bartz, J. A., Zaki, J., Bolger, N., & Ochsner, K. N. (2011). Social effects of oxytocin in humans: context and person matter. Trends in cognitive sciences, 15(7), 301-309.

 

Bennett, C. M., Wolford, G. L., & Miller, M. B. (2009). The principled control of false positives in neuroimaging. Social cognitive and affective neuroscience, 4(4), 417-422.

 

Bethlehem, R. A., Baron-Cohen, S., van Honk, J., Auyeung, B., & Bos, P. A. (2014). The oxytocin paradox. Frontiers in Behavioral Neuroscience, 8, 48.

 

Bethlehem, R. A., van Honk, J., Auyeung, B., & Baron-Cohen, S. (2013). Oxytocin, brain physiology, and functional connectivity: a review of intranasal oxytocin fMRI studies. Psychoneuroendocrinology, 38(7), 962-974.

 

Churchland, P. S., & Winkielman, P. (2012). Modulating social behavior with oxytocin: how does it work? What does it mean?. Hormones and behavior, 61(3), 392-399.

 

De Dreu, C. K. (2012). Oxytocin modulates the link between adult attachment and cooperation through reduced betrayal aversion. Psychoneuroendocrinology, 37(7), 871-880.

 

De Dreu, C. K., Greer, L. L., Van Kleef, G. A., Shalvi, S., & Handgraaf, M. J. (2011). Oxytocin promotes human ethnocentrism. Proceedings of the National Academy of Sciences108(4), 1262-1266.

 

Gorka, S. M., Fitzgerald, D. A., Labuschagne, I., Hosanagar, A., Wood, A. G., Nathan, P. J., & Phan, K. L. (2015). Oxytocin Modulation of amygdala functional connectivity to fearful faces in generalized social anxiety disorder. Neuropsychopharmacology, 40(2), 278-286.

 

Kanat, M., Heinrichs, M., & Domes, G. (2014). Oxytocin and the social brain: Neural mechanisms and perspectives in human research. Brain research, 1580, 160-171.

 

Lischke, A., Gamer, M., Berger, C., Grossmann, A., Hauenstein, K., Heinrichs, M., … & Domes, G. (2012). Oxytocin increases amygdala reactivity to threatening scenes in females. Psychoneuroendocrinology, 37(9), 1431-1438.

 

Met dank aan de docenten en college’s onderliggend aan de minor Social Neuroscience van de Universiteit Utrecht

Nathalie Immerzeel

Nathalie Immerzeel

Nathalie Immerzeel is momenteel bezig met het afronden van de studie Liberal Arts and Sciences waar zij zich specialiseert in neuropsychologie. In het jaar dat volgt gaat zij er “even” tussenuit om onbekende terreinen te doorgronden waarna ze toevlucht tracht te zoeken tot een aansluitende master binnen de neurowetenschappen.