Wie ben je en hoe ben je geworden tot wie je bent? Het antwoord op deze vraag wordt deels bepaald door wat er vóór de geboorte met je in de baarmoeder gebeurt. De ontwikkeling van bevruchte eicel tot kindje hangt niet alleen af van het DNA, maar ook van allerlei stoffen die in de baarmoeder aanwezig zijn. De baarmoeder is namelijk geen hermetisch gesloten, veilig kasteel, dat je beschermt tegen elk gevaar. De baarmoedermuren bevatten gaten en kieren, waardoor allerlei moleculen binnen kunnen komen, die de ontwikkeling van eicel tot baby flink in de war kunnen brengen. Eén van deze stofjes is bisphenol A.
 
Bisphenol A is verbazend genoeg één van de meest gebruikte synthetische chemicaliën wereldwijd; het zit onder andere in waterflesjes en plastic bakjes waar voedsel in bewaard wordt. Als gevolg hiervan kan bisphenol A in voedsel of water terechtkomen, waardoor ook de zwangere vrouw het binnenkrijgt.[1] De gevolgen van bisphenol A voor volwassenen zijn niet helemaal duidelijk, maar wel zijn er veel aanwijzingen dat ongeboren baby’s er kwetsbaar voor zijn. Onderzoek suggereert dat bisphenol A op verschillende manieren in staat is de ontwikkeling van het ongeboren kind te beïnvloeden.[2] Zo wordt een onvruchtbaarheidsaandoening die bij 5 tot 10% van de vrouwen voorkomt, geassocieerd met blootstelling aan bisphenol A in de baarmoeder.[3] De vraag is wat het verband is tussen de aanwezigheid van dit stofje in de baarmoeder en op welke manier bisphenol A kan leiden tot onvruchtbaarheid.
 

“Het DNA is eerder een schets die de globale contouren van een mens uittekent. Er zijn nog veel details die moeten worden aangevuld en verder uitgewerkt.”

 
Het baarmoedermilieu en de bijnieren
Vaak denken we dat ons DNA een compleet bouwplan is dat al onze kenmerken bepaalt. Echter, niks is minder waar; het DNA is eerder een schets die de globale contouren van een mens uittekent. Er zijn nog veel details die moeten worden aangevuld en verder uitgewerkt. Deze details worden voor een deel bepaald door stoffen die in de baarmoeder aanwezig zijn. De moleculen in dit baarmoedermilieu kunnen van allerlei bronnen komen; van de baby zelf, van de moeder en van wat zij aan stoffen binnenkrijgt. Bisphenol A is één van die mogelijke stoffen.
Een deel van de stofjes die de baby aanmaakt, hormonen, worden geproduceerd door de bijnieren van de baby. Dit gebeurt al vanaf 8 weken na de bevruchting, wanneer de ouders nog nauwelijks weten dat ze zwanger zijn.[4] De bijnieren zijn kliertjes die op de nieren zitten: op elke nier eentje. De hormonen die door de bijnieren van de baby gemaakt worden, komen terecht in het baarmoedermilieu en hebben vanuit hier weer invloed op de ontwikkeling van de organen van de baby.
 

 
Bisphenol A en onvruchtbaarheid
Bisphenol A kan in het baarmoedermilieu invloed uitoefenen op het ontwikkelen van de geslachtsorganen van zowel mannen als vrouwen.[5] Zoals eerder genoemd, wordt bisphenol A onder andere geassocieerd met een onvruchtbaarheidsaandoening die bij 5 tot 10% van de vrouwen voorkomt.[6] Er zijn sterke aanwijzingen dat er een verband is tussen bisphenol A en onvruchtbaarheid.
 
Een eerste aanwijzing voor een mogelijk verband tussen bisphenol A en onvruchtbaarheid is dat bisphenol A lijkt op het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen. Oestrogeen beïnvloedt de ontwikkeling van geslachtsorganen door te binden aan de oestrogeenreceptor. Dit is een soort slot waar oestrogeen als sleutel precies in past en wat leidt tot een effect in de cel, onder andere cellen van de geslachtsorganen. Hoewel minder sterk dan oestrogeen zelf, kan bisphenol A ook aan deze oestrogeenreceptor binden.[7] Dit is voor het lichaam verwarrend, want als er veel bisphenol A is, denkt het lichaam dat er meer oestrogeen is dan normaal. Aangezien de oestrogeenreceptor aanwezig is op de geslachtsorganen van het ongeboren kind, suggereert dit dat bisphenol A de ontwikkeling van de geslachtsorganen kan beïnvloeden.
 

“De baarmoeder is geen hermetisch gesloten, veilig kasteel, dat je beschermt tegen elk gevaar.”

 
Bepalen van effecten bisphenol A op ongeboren kind

Hoe onderzoek je echter of bisphenol A bij het ongeboren kind daadwerkelijk resulteert in onvruchtbaarheidsaandoeningen later in het leven? Je kan moeilijk een zwangere vrouw een stofje laten innemen dat mogelijk nadelige gevolgen heeft voor haar baby. In dit geval is het testen op proefdieren een mogelijkheid om toch iets te weten te komen. In een recent onderzoek is aan zwangere ratten elke dag bisphenol A gegeven.[8] Zodra de kleine ratten geboren waren, werden ze onderzocht. En wat bleek: de bijnieren waren in deze ratten anders. Zo waren ze zwaarder dan die van leeftijdsgenoten waarvan de moeders geen bisphenol A hadden gekregen tijdens de zwangerschap. Verder hadden de vrouwtjes in de bisphenol A-groep meer enzymen die nodig zijn voor het maken van hormonen, wat aangeeft dat ze ook meer hormonen kunnen maken dan ratten die niet waren blootgesteld aan bisphenol A tijdens hun ontwikkeling. Bisphenol A heeft in ratten dus effect op de hormoonproductie door de bijnieren. De vraag is in hoeverre dit effect ook bij mensen optreedt.
 
Het effect van bisphenol A op mensen kan onderzocht worden door menselijke bijniercellen te gebruiken die lijken op die van een baby in de baarmoeder, en die buiten het lichaam (in vitro) te laten groeien. Onderzoekers hebben deze cellen blootgesteld aan bisphenol A. Ze kwamen erachter dat de bijniercellen sterk werden beïnvloed door bisphenol A.[9] Bijniercellen zijn in staat hormonen te produceren en voor de productie van die hormonen heeft de baby zogenoemde enzymen nodig. Bisphenol A was in staat om de hoeveelheid van deze enzymen te veranderen. Hierdoor produceerden deze cellen minder mannelijke geslachtshormonen en meer vrouwelijke geslachtshormonen.[10] Dit suggereert dat bisphenol A het baarmoedermilieu beïnvloedt en daarmee mogelijk de ontwikkeling van de geslachtsorganen.
Bisphenol A bindt dus aan de oestrogeenreceptor van de geslachtsorganen en is in staat de hoeveelheden van andere hormonen in het baarmoedermilieu te veranderen, met name van de hormonen die tijdens de zwangerschap door bijnieren van de baby zelf gemaakt worden. Op deze manier heeft bisphenol A dus effect op de ontwikkeling van de baby.
 
Pas op met bisphenol A!
Al deze resultaten lijken er sterk op te wijzen dat bisphenol A in staat is het baarmoedermilieu te beïnvloeden. De ontwikkelende geslachtsorganen zijn gevoelig voor een afwijkend baarmoedermilieu, dus een ander baarmoedermilieu leidt mogelijk tot onvruchtbaarheid.[11] Om onvruchtbaarheidsaandoeningen te voorkomen, kunnen zwangere vrouwen het best bisphenol A proberen te mijden. Bisphenol A zit in veel plastic waterflesjes en bakjes om voedsel in te bewaren. Tegenwoordig zijn deze plastic flesjes en bakjes ook bisphenol A-vrij te krijgen. Dat staat dan vermeld op het product. Mocht je zwanger zijn of willen worden, houd er dan rekening mee dat de baarmoedermuur gaten en kieren bevat waar van alles doorheen kan komen en jouw gedrag hier dus van invloed op kan zijn. Dit om te voorkomen dat de schets, gevormd door het DNA, wordt gevuld met verkeerde details.
 
Redacteur: Marleen Kristen
 

Referenties

[1] Laura N. Vandenberg et al., “Bisphenol-A and the Great Divide: A Review of Controversies in the Field of Endocrine Disruption,” Endocrine Reviews 30, no. 1 (February 1, 2009): 75–95, https://doi.org/10.1210/er.2008-0021.
[2] Rubin.
[3] Emily S. Barrett and Marissa Sobolewski, “Polycystic Ovary Syndrome: Do Endocrine-Disrupting Chemicals Play a Role?,” Seminars in Reproductive Medicine 32, no. 03 (May 2014): 166–76, https://doi.org/10.1055/s-0034-1371088.
[4] Masahiro Goto et al., “In Humans, Early Cortisol Biosynthesis Provides a Mechanism to Safeguard Female Sexual Development,” The Journal of Clinical Investigation 116, no. 4 (April 3, 2006): 953–60, https://doi.org/10.1172/JCI25091; M. Goto et al., “Steroidogenic Enzyme Expression Within the Adrenal Cortex During Early Human Gestation,” Endocrine Research 28, no. 4 (January 1, 2002): 641–45, https://doi.org/10.1081/ERC-120016979; Neil A. Hanley et al., “Expression Profiles of SF-1, DAX1, and CYP17 in the Human Fetal Adrenal Gland: Potential Interactions in Gene Regulation,” Molecular Endocrinology 15, no. 1 (January 1, 2001): 57–68, https://doi.org/10.1210/mend.15.1.0585.
[5] G. M. Buck Louis, M. A. Cooney, and C. M. Peterson, “The Ovarian Dysgenesis Syndrome,” Journal of Developmental Origins of Health and Disease 2, no. 1 (February 2011): 25–35, https://doi.org/10.1017/S2040174410000693; N. E. Skakkebæk, E. Rajpert-De Meyts, and K. M. Main, “Testicular Dysgenesis Syndrome: An Increasingly Common Developmental Disorder with Environmental Aspects: Opinion,” Human Reproduction 16, no. 5 (May 1, 2001): 972–78, https://doi.org/10.1093/humrep/16.5.972.
[6] Barrett and Sobolewski, “Polycystic Ovary Syndrome.”
[7] Vandenberg et al., “Bisphenol-A and the Great Divide.”
[8] Emily Panagiotidou et al., “Perinatal Exposure to Low-Dose Bisphenol A Affects the Neuroendocrine Stress Response in Rats,” Journal of Endocrinology 220, no. 3 (March 1, 2014): 207–18, https://doi.org/10.1530/JOE-13-0416.
[9] Yixing Feng et al., “Effects of Bisphenol Analogues on Steroidogenic Gene Expression and Hormone Synthesis in H295R Cells,” Chemosphere 147, no. Supplement C (March 1, 2016): 9–19, https://doi.org/10.1016/j.chemosphere.2015.12.081.
[10] Yixing Feng et al., “Effects of Bisphenol Analogues on Steroidogenic Gene Expression and Hormone Synthesis in H295R Cells,” Chemosphere 147, no. Supplement C (March 1, 2016): 9–19, https://doi.org/10.1016/j.chemosphere.2015.12.081; Anna Kjerstine Rosenmai et al., “Are Structural Analogues to Bisphenol A Safe Alternatives?,” Toxicological Sciences 139, no. 1 (May 1, 2014): 35–47, https://doi.org/10.1093/toxsci/kfu030; Xiaowei Zhang et al., “Bisphenol A Disrupts Steroidogenesis in Human H295R Cells,” Toxicological Sciences 121, no. 2 (June 1, 2011): 320–27, https://doi.org/10.1093/toxsci/kfr061.
[11] Louis, Cooney, and Peterson, “The Ovarian Dysgenesis Syndrome”; Skakkebæk, Rajpert-De Meyts, and Main, “Testicular Dysgenesis Syndrome.”

Annemiek Jordaan

Annemiek Jordaan

Annemiek Jordaan heeft net haar bachelor biologie afgerond. Dit artikel is gebaseerd op haar scriptie. Daarnaast hoopt ze de bachelor Liberal Arts and Sciences in Utrecht binnenkort af te ronden. Volgend jaar gaat ze beginnen aan de master Toxicology and Environmental Health, waar ze meer onderzoek kan gaan doen over de effecten van allerlei stofjes op het ongeboren kind.