Het traditionele concept van arbeid wordt momenteel geconfronteerd met opkomende nieuwe bedrijfsmodellen die een belangrijke rol zien weggelegd voor internet en mobiele apparaten.1 Waar de traditionele werknemer zich inzet voor één bedrijf, is de nieuwe benadering die bedrijven gebruiken gebaseerd op het bieden van een online platform waar klanten rechtstreeks in contact worden gebracht met individuele dienstverleners.2 Een verandering die met de tijd mee gaat, zou je kunnen zeggen, maar niet iedereen is er laaiend enthousiast over.

 

Bekende en spraakmakende voorbeelden van werkplatforms die meeliften op het succes van ‘platformarbeid’, zijn taxidienst Uber en bezorgdienst Deliveroo. Deze platforms zijn veelvuldig in opspraak gekomen, omdat zij hun dienstverleners zouden uitbuiten door hen niet als werknemers, maar als zelfstandigen te behandelen. Beide platforms bieden namelijk een bijzondere, flexibele manier van werken aan, waarbij de hamvraag luidt: verrichten zij de diensten op basis van een arbeidsovereenkomst of nemen zij klussen aan als zelfstandige?3 Welke kwalificatie de juiste is, is van groot belang, aangezien een werknemer beschermd wordt door allerlei arbeidsrechtelijke wet– en regelgeving, en een zelfstandige niet. Het zou voor het verdienmodel van de platforms natuurlijk beter uitkomen als de dienstverleners geen werknemers zijn, want dat scheelt gewoonweg een heleboel geld en verantwoordelijkheden.

 

Op papier lijkt het inderdaad alsof de vrijheid van de dienstverleners
zeer verstrekkend is en de bemoeienis van het platform minimaal

Juridische tweestrijd

De onduidelijkheid over de juridische kwalificatie van deze dienstverleners is de afgelopen jaren al vaker het onderwerp geweest van discussie.4 Bedrijven zoals Uber en Deliveroo ontkennen dat de dienstverleners werknemers zijn, door zichzelf simpelweg neer te zetten als technologiebedrijven. Daarbij wijzen ze voornamelijk op de vrijheid van de dienstverleners om hun eigen uren te bepalen en het gebrek aan direct toezicht op de dienstverlening.5 Belangenbehartigers van werknemers beschuldigen soortgelijke werkplatforms ervan hun dienstverleners verkeerd te kwalificeren als zelfstandigen om op die manier een groot aantal arbeidsrechtelijke verplichtingen te omzeilen. Hierbij kan gedacht worden aan het recht op betaald verlof of pensioenopbouw. Het lijkt alsof de eeuwige strijd tussen enerzijds de vrijheid om te ondernemen en de flexibiliteit van werkgevers,  en anderzijds de gedegen bescherming van werknemers, een nieuwe wending heeft genomen die zich via deze nieuwe manier van zaken doen aandient.

 

Ondergeschikt of niet?

Teruggegaan naar de basis, luidt de meest fundamentele vraag in relatie tot deze nieuwe generatie bedrijven: ‘wanneer ben je een werknemer en wanneer niet?’ Naar Nederlands recht is het bestaan van een arbeidsovereenkomst de belangrijkste ingang om de status van werknemer en arbeidsbescherming te claimen. Of een dienstverlener een werknemer of een zelfstandige is, hangt af van een aantal factoren, waarbij het met name gaat om het element ‘ondergeschiktheid’. Zoals eerder aangegeven, stellen de werkplatforms zich op het standpunt dat er van ondergeschiktheid geen sprake is, omdat de dienstverleners vrijgelaten zouden worden in hoe en wanneer ze werken, en de werkplatforms zich niet met de dienstverleners bemoeien.

 

Afbeelding 1: Uber en Deliveroo

Op papier lijkt het inderdaad alsof de vrijheid van de dienstverleners zeer verstrekkend is en de bemoeienis van het platform minimaal. Er bestaat namelijk geen verplichting om te werken, de werktijden zijn extreem flexibel, het is toegestaan voor meerdere platforms te werken en de aanschaffing van specifieke materialen of gereedschappen is niet vereist. Uit de praktijk komt daarentegen een heel ander beeld naar voren. Zowel Uber als Deliveroo maken gebruik van beoordelingssystemen en algoritmen om de dienstverleners te volgen wanneer ze werken, hun prestaties te monitoren en hun werktijden te beïnvloeden. Dit wordt ook wel ‘beheer door algoritmen’ genoemd: de data die door de dienstverleners worden gegenereerd voeden de algoritmen, bieden inzicht in de prestaties en doen suggesties om de dienstverlener te stimuleren om naar behoren te presteren.7 Hieruit blijkt dat er wel degelijk sprake kan zijn van een zekere ondergeschiktheid.

Bemoeienis van Uber en Deliveroo

Het digitale karakter van de online platforms maakt het gebruik van beoordelingssystemen en algoritmen mogelijk. De beoordelingen die door klanten van Uber worden gegeven, vormen een persoonlijke score voor elke taxichauffeur. Chauffeurs met een slechte beoordeling lopen het risico (tijdelijk of permanent) van het platform te worden verwijderd, terwijl goede beoordelingen worden beloond door Uber door bijvoorbeeld meer ritten aan te bieden. Bovendien geeft Uber instructies over hoe de rit moet worden uitgevoerd door te bepalen hoe de chauffeur gekleed moet zijn en hoe deze zich moet gedragen in het bijzijn van een klant. Uber heeft zelfs een handleiding met gedragsregels.

 

De technologische mogelijkheden van een digitaal platform
faciliteren het om controle uit te oefenen over dienstverleners en hun prestaties

Bij Deliveroo wordt er gewerkt met planningssysteem. Dit systeem biedt de mogelijkheid om de beschikbaarheid van de bezorgers te beïnvloeden door voorrang te geven aan bepaalde bezorgers bij het inloggen voor bezorgsessies.8 Het platform gebruikt de beoordelingen van klanten ook om te bepalen of een bezorger toegang krijgt om in te loggen. Samen met de mogelijkheid om bonussen te verzamelen voor goede prestaties, worden bezorgers op die manier gestimuleerd om kwaliteit te leveren. Ook het afwijzen van bestellingen is niet gunstig voor de positie van een bezorger, vanwege het risico op maatregelen of zelfs het verliezen van de mogelijkheid om bestellingen te krijgen.

 

Verschuilen achter de stelling ‘wij zijn slechts een technologisch bedrijf en dus een tussenpersoon’ is volkomen pretentieus, omdat de technologische mogelijkheden van een digitaal platform het faciliteren om controle uit te oefenen over dienstverleners en hun prestaties, zonder dat de dienstverlener zelfs maar weet hoe hij of zij beïnvloed wordt. De chauffeurs en de bezorgers zijn dus wel degelijk ondergeschikt aan Uber en Deliveroo, en dus te kwalificeren als werknemers.

 

Conclusie

Uber en Deliveroo gebruiken ontegenzeggelijk hun macht om chauffeurs of bezorgers te besturen of controleren, maar dat is eigenlijk niet vreemd. Integendeel, beide platforms profiteren van de hoogwaardige dienstverlening. Het monitoren, controleren en beïnvloeden van de dienstverlening is daarom noodzakelijk en onvermijdelijk om de gewenste kwaliteit te behouden en het betreffende merk hoog in het vaandel te houden. Zo niet, dan zou het bedrijfsmodel niet zo winstgevend zijn. Deze werkplatforms hebben lang genoeg geprofiteerd van het nieuwe en onbekende bedrijfsmodel en zouden eindelijk eens de verantwoordelijkheid moeten nemen om hun werknemers goed te behandelen door hen een arbeidsovereenkomst aan te bieden.

 
 
Redacteur: Pita Klaassen

Noten

De definitie van de arbeidsovereenkomst is vastgelegd in artikel 7:610 BW.

Naast de Star Ratings en de Cancellation Rate, verwijzen de Uber Community Guidelines ook naar scenario’s met betrekking tot Acceptance Rates, Safety, Zero Tolerance for Drugs and Alcohol, Compliance with Law, Background Checks, Unacceptable Activities, Fraud, Accurate Personal Information and Discrimination, op basis waarvan Uber kan beslissen om toegang tot het platform te weigeren of om je account te deactiveren.

Meerdere auteurs neigen in te stemmen met deze kwalificatie. Zie: W.H.A.C.M. Bouwens, Position Paper: Werk in de platformeconomie, p. 4. M. Houwerzijl, Juridische vraagstukken rond arbeid in de klusseneconomie, Beleid en Maatschappij 2018 (45) 2, p. 212. P. Kruit & M. Ouwehand, Platformarbeid: de ene platformwerk(nem)er is de andere niet, TRA 2018/58 (7/8), p. 21. A. Todolí-Signes, The ‘gig-economy: employee, self-employed or the need for a special employment regulation?, European Review of Labour and Research 2017/23(2), p. 193-205. A. Todolí-Signes II, p. 268. Verder moet ik benadrukken dat deze kwalificatie niet voor elke Uber-chauffeur of Deliveroo-bezorger hoeft te gelden. Contra-indicaties en individuele omstandigheden kunnen tot een andere kwalificatie leiden.

Referenties

1 R. Brescia, Regulating the sharing economy: New and old insights into an oversight regime for the peer-to peer economy, Nebraska Law Review 2016/95, p. 88 & 89.

2 A. Todolí-Signes, The End of the Subordinate Worker? Collaborative Economy, On-Demand Economy, Gig Economy, and the Crowdworkers’ Need for Protection, International Journal of Comparative Labour Law and Industrial Relations (IJSCLLIR) 2017/33(2), p. 245; A. Todolí-Signes, The ‘gig-economy’: employee, self-employed or the need for a special employment regulation?, European Review of Labour and Research 2017/23(2), p. 193-205.

4 O’Connor v. Uber Techs, Inc (Uber II), 82 F. Supp. 3d 1133, 1138 (N.D. Cal. 2015); Ktr. Amsterdam 23 July 2018; ECLI:RBAMS:2018:5183, JAR 2018/189 (X/Deliveroo).

5 F. Dekker, Werken in de kluseconomie, Beleid en Maatschappij 2018/45 (2), p. 190.

6 B. Rogers, Employment as a Legal Concept, Legal Studies Research Papers Series: Philadelphia: Temple University 2015, p. 480. Ktr. Amsterdam 15 January 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:198, JAR 2019/23, (FNV/Deliveroo).

7 Smink e.a., Een eerlijke kluseconomie, Beleid en Maatschappij 2018 (45) 2, p. 205 & 206.

8 Ktr. Amsterdam 15 January 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:198, JAR 2019/23, para. 30 (FNV/Deliveroo).

 

Afbeeldingen

Omslagfoto: Illustratie door Thom Hamer.

Afbeelding 1: Logo’s van Uber en Deliveroo via: https://www.hrgrapevine.com/content/article/news-2017-05-26-ubers-hr-boss-claims-employees-need-more-love.

Iris van Geel

Iris van Geel

Iris van Geel (1994) studeerde Burgerlijk Recht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In 2019 schreef zij haar masterscriptie over het reguleren van werkplatforms zoals Uber en Deliveroo. Haar scriptie werd genomineerd voor de Scriptieprijs van de Vakbeweging. Na haar afstuderen, is zij aan de slag gegaan als advocaat Ondernemingsrecht bij Dirkzwager Legal & Tax in Nijmegen, waar zij zich voornamelijk heeft toegelegd op het adviseren en procederen over commerciële contracten.