Somalië staat wereldwijd bekend als het schoolvoorbeeld van een ‘gefaalde staat’ die al jarenlang wordt geteisterd door extreme droogte, armoede en conflict. Wie denkt aan Somalië associeert het waarschijnlijk met zwaarbewapende piraten in kleine speedbootjes, UNICEF-reclames van uitgemergelde kinderen of de terroristische aanslagen van de groep Al-Shabaab. Aangezien dit de dominante beelden zijn die worden verspreid in de media, politiek en wetenschappelijke artikelen, accepteren mensen dit gemakkelijk als volledige waarheid. Deze ‘waarheid’ behelst echter lang niet altijd de hele werkelijkheid. De ideeën en verhalen die binnen een samenleving worden gezien als ‘de waarheid’ worden binnen de Sociologie ook wel een discours genoemd.[1]

 

Deze waarheid ofwel het discours stuurt het menselijk handelen. Socioloog William Thomas verwoordde dit idee als volgt: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.[2] Met andere woorden: mensen handelen op basis van de kennis die zij hebben en die is gebaseerd op het dominante discours. Hieruit volgt dat het discours werkelijkheid kan creëren. Degene die het discours weet te sturen, heeft dus aanzienlijke macht.

 

De macht van discours laat zich goed illustreren aan de hand van het tegenstrijdige Amerikaanse buitenlandbeleid in Somalië. Het is van belang om te realiseren dat het discours niet altijd overeenkomt met de situatie ter plaatse en dat dit consequenties heeft voor het beleid dat op basis hiervan wordt gevormd.

 

Hoe wordt ‘de waarheid’ gevormd?

Om de macht van discours te bevatten, moeten we eerst begrijpen op welke manier het is opgebouwd. Discours is een abstracte term die op vele manieren kan worden gedefinieerd, maar voor nu gaan we verder met de definitie die zonet is gegeven: verhalen over de sociale werkelijkheid die worden gezien als ‘de sociale waarheid’.[3] Het heersende discours in een samenleving informeert mensen wat betekenis heeft, oftewel wat waarden zijn. Daarnaast impliceert het ook wat er normaal is, dus wat de normen zijn. Zo stuurt het ons menselijk handelen.[4] Een discours wordt onder andere gevormd en ge(re)produceerd door teksten van de media, politiek en wetenschap.[5] Vanuit deze opvatting zijn teksten zijn dus geen neutrale weerspiegeling van de werkelijkheid, maar spelen ze een actieve rol in het vormen van een bepaalde versie daarvan.[6]

 

Binnen een samenleving hebben sommigen meer macht om het discours te vormen naar hun belangen. Er ligt dus macht in het vermogen om anderen jouw versie van de realiteit te laten overnemen.[7] In situaties van gewelddadig conflict wordt discours ingezet door rivaliserende partijen om geweld te rechtvaardigen. Ze strijden ervoor om hun interpretatie van het conflict te laten overheersen en zo de hearts and minds van de bevolking te winnen. [8] In tegenstelling tot de typische gedachte dat woorden geen pijn kunnen doen, zijn woorden juist een krachtig middel.

 

 

Door hun vijanden te bestempelen als terrorist kunnen de Verenigde Staten hun acties veroordelen en die van henzelf rechtvaardigen.

 

Een discours wordt gekenmerkt door labels en frames. Er zit een aanzienlijke macht in het label dat we geven aan iets of iemand. Het is namelijk nooit een complete weergave van de werkelijkheid, maar een selectie van bepaalde aspecten.[9] Sommige eigenschappen worden benadrukt terwijl andere juist worden weggelaten. Daardoor bepaalt het de manier waarop wij naar iets kijken. Het label ‘terrorist’ zet iemand weg als irrationeel, kwaadaardig en onmenselijk. Door iemand een terrorist te noemen, vervallen alle pogingen om diens acties te begrijpen.[10] Op deze manier kunnen labels grenzen trekken tussen ‘ons’ en een vijandige ‘ander’ om geweld te rechtvaardigen.

 

Labels zijn de bouwstenen voor bepaalde frames. Dit kun je zien als een taalkundige tactiek waarmee de interpretatie van gebeurtenissen wordt gestuurd door ze een specifieke betekenis te geven.[11] Framing is dus een actief proces waarbij een bepaalde interpretatie van de realiteit wordt overgedragen aan een publiek. Door situaties te framen, kunnen regeringen bepaalde acties ondersteunen en andere juist afkeuren. Neem de bekende Amerikaanse slogan ‘We don’t negotiate with terrorists’. Door hun vijanden te bestempelen als terrorist kunnen de Verenigde Staten hun acties veroordelen en die van henzelf rechtvaardigen. Het gebruik van het label ‘terrorist’ beperkt hierdoor het zicht op mogelijke (niet-militaire) oplossingen.

 

Het Amerikaanse politieke discours

Het proces van framing is terug te zien in het Amerikaanse politieke discours omtrent Somalië tussen 1992 en 2007. Er zijn grote verschillen te vinden in de Amerikaanse perceptie van de ’crisis‘ in Somalië en het beleid dat hier vervolgens voor werd ontwikkeld.[12]

 

Na de aanslagen van elf september 2001 in de VS domineerde het War on Terror-discours. Dat had ook als gevolg dat het Amerikaanse buitenlandbeleid werd gestuurd door een terrorismeframe. Aangezien er geen oorlog was met een specifiek land of een persoon was de hele wereld opeens vrij spel in een heksenjacht op elke mogelijke verstopte terrorist. Hierdoor werden landen met regeringsproblemen met argusogen bekeken als mogelijke broedplek voor terrorisme. Onder het mom van terrorismebestrijding vielen de VS het ene na het andere land binnen. Afghanistan en Irak zijn bekende voorbeelden, maar vormen slechts twee gevallen uit een heel scala.

 

Somalië werd destijds in het Amerikaanse politieke discours afgebeeld als een hulpeloos slachtoffer van humanitaire tragedie dat gered moest worden.

 

Zo kwam in 2002 ook Somalië in het Amerikaanse vizier als een ‘gefaalde staat’.[13] Dit was echter niet de eerste keer dat de VS betrokken raakten in het land. In de jaren negentig zorgden een verwoestende burgeroorlog en een periode van extreme droogte voor verschrikkelijke hongersnood. Somalië werd destijds in het Amerikaanse politieke discours afgebeeld als een hulpeloos slachtoffer van humanitaire tragedie dat gered moest worden. Schokkende televisiebeelden van uitgemergelde kinderen spoorden de VS aan om in te grijpen met een grootse humanitaire interventie, genaamd Operation Restore Hope.[14] Als kersverse overwinnaar van de Koude Oorlog en ‘leider van de vrije wereld’ zagen de VS zichzelf als de aangewezen verantwoordelijken om dit probleem op te lossen.[15] De interventie liep echter uit op een fiasco toen twee Amerikaanse Black Hawk-helikopters werden neergeschoten en achttien Amerikaanse soldaten om het leven kwamen in een bloederig gevecht met een Somalische menigte. Onder grote druk van publieke opinie trok President Bill Clinton zijn troepen terug in 1994 terwijl de staatsproblemen onopgelost bleven.[16]

 

TWEE AMERIKAANSE BLACK HAWK-HELICOPTERS. FOTO: PIXABAY.

 

Tien jaar en veertien vredespogingen later had Somalië nog altijd geen regering. Hoewel het extreme geweld van de burgeroorlog was verdwenen, was het land verdeeld door verschillende zogenoemde warlords die continu met elkaar in strijd waren.[17] De VS zagen dit echter pas als problematisch in het War on Terror-klimaat. In dit licht werd Somalië niet langer bestempeld als slachtoffer, maar als een terroristische dreiging. De afwezigheid van een regering in het land werd gezien als uitgelezen bron voor terrorisme en instabiliteit en daarom als dreiging voor de ‘Amerikaanse vrijheid’. Al langer spelende problemen zoals het gebrek aan een legitieme regering, voedselonzekerheid en armoede werden nu opeens gepresenteerd als veiligheidsrisico’s. Die golden niet eens zozeer voor de Somalische bevolking, maar vooral voor de internationale veiligheid en stabiliteit.[18] Ten tijde van de Amerikaanse interventie in de jaren negentig was Somalië evengoed regeringloos, maar toen werd dit nog niet verbonden met internationale veiligheid. De focus lag in die tijd daarentegen juist op het humanitaire aspect van het ‘redden’ van de arme en hulpeloze bevolking.

 

 

De impact van War on Terror-discours op beleid

Ondanks een gebrek aan bewijs van terroristische activiteit in de regio, waren beleidsmakers denkend vanuit het War on Terror-discours overtuigd van de noodzakelijkheid van een anti-terreurbeleid in Somalië.[19] Anno 2021 zijn veel van de militaire beleidsdocumenten uit die tijd nog altijd geclassificeerd en zullen pas in de toekomst, op zijn vroegst na 2026, worden vrijgegeven.[20] Toch zijn er verslagen en getuigenissen over Amerikaanse luchtbombardementen op Somalië en het illegaal ontvoeren en martelen van verdachte personen.[21] Daarnaast steunden de VS een jarenlange Ethiopische bezetting van Somalië vanwege een vaag vermoeden dat er buitenlandse terroristen in het land waren ondergebracht.[22]

 

Bovendien zorgde de eenzijdige focus op terrorismebestrijding ervoor dat de humanitaire problemen in Somalië onderbelicht bleven. Door het islamofobe War on Terror-discours werden islamitische organisaties in Somalië – een van oudsher islamitisch land – gewantrouwd.[23] Hoewel de VS zich hebben ingezet voor de vorming van een centrale Somalische regering, werden belangrijke leiders van lokale organisaties of clans uitgesloten van de onderhandelingen. Zo werd de Unie van de Islamitische Rechtbanken (UIR), een regionale organisatie die wel veiligheid en stabiliteit kon leveren aan de bevolking, weggezet als mogelijk extremistische groepering en als gevaar voor de regio.[24] In plaats daarvan steunden de VS een opeenvolging van interim-regeringen opgericht door internationale conferenties. Deze hadden in praktijk echter geen legitimiteit bij de bevolking noch controle over het land.[25]

 

De VS bleken in zekere zin de schepper van hun eigen nachtmerrie.

 

In het najaar van 2006 liepen de spanningen op tot een climax. Overtuigd dat de UIR extremistische en terroristische trekken vertoonde, gaven de VS uiteindelijk in december 2006 groen licht voor een Ethiopische inval in Somalië.[26] Zij gingen zelfs over tot directe luchtbombardementen.[27] Opmerkelijk is dat in publieke Amerikaanse politieke documenten weinig tot niets wordt vermeld over deze Amerikaanse militaire aanvallen in Somalië terwijl dit ingrijpende militaire acties zijn. Hoewel de UIR in een rap tempo werd verdreven door de Amerikaans-Ethiopische militaire aanvallen, werden geen van de staats- of humanitaire problemen hiermee opgelost. Ironisch genoeg leidden deze militaire acties tot anti-Amerikaans sentiment onder de Somalische bevolking. In het verlengde radicaliseerde bepaalde groepen waaronder ook Al-Shabaab, die het land tot vandaag de dag onveilig maakt. Sterker nog: de VS bleken in zekere zin de schepper van hun eigen nachtmerrie. Je zou dan ook kunnen spreken van een self-fulfilling prophecy.[28]

 

Conclusie

Het Amerikaanse politieke discours met betrekking tot Somalië gedurende de jaren 1992 tot 2007 toont de scherpe contrasten in de Amerikaanse perceptie van de problematiek in Somalië en hun eigen rol in het land. Het waren niet zozeer de politieke veranderingen in Somalië zelf, maar eerder de terroristische aanvallen van elf september 2001 op Amerikaans grondgebied die het veranderde discours, en daarmee het beleid, aandreven. Het angst zaaiende War on Terror-discours legitimeerde een breed scala aan geheime antiterreurprogramma’s. Hiermee bleven de onderliggende problemen, zoals een instabiele regering, armoede, voedselonzekerheid en criminaliteit, in Somalië echter onopgelost.

 

Terugblikkend blijkt William Thomas’ uitspraak, ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’, meer dan toepasselijk. Het was het Amerikaanse War on Terror-discours dat bepalend was voor het kortzichtige militaire beleid in Somalië en dat op zijn beurt heeft bijgedragen aan de onopgeloste problemen en terroristische dreiging in het land. Het punt hier is niet om te verwerpen of bevestigen dat er een terroristische dreiging was in Somalië, maar dat dit in Amerikaanse politieke discours werd verkondigd als een feit zonder hier concrete bewijzen voor te leveren. Als gevolg hiervan werden ontvoeringen en bombardementen – zware inbreuken op de soevereiniteit van Somalië – gerechtvaardigd door een algemene angst voor terrorisme. Ongeacht de situatie in Somalië zelf werd de werkelijkheid gecreëerd door het Amerikaanse discours.

 

Het is daarom van belang dat we kritisch blijven kijken naar het nieuws dat we dagelijks tot ons nemen. Wees ervan bewust dat wat wordt gepresenteerd als ’de waarheid‘ een interpretatie is van de werkelijkheid waarin ideologie en politieke belangen een grote rol spelen. Beleid gevormd op grond van een sterk ideologisch discours zoals de War on Terror is om die reden zelden doeltreffend en kan de situatie zelfs verslechteren.

 

Redacteur: Pita Klaassen

 

Referenties

[1] Jolle Demmers, Theories of Violent Conflict: an introduction, (London and New York, Routledge: 2017), 133.

[2]  William I. Thomas & Dorothy S. Thomas, The child in America: Behavior problems and programs, (New York: Knopf, 1928), 571–572

[3] Demmers, Theories, 133.

[4] Demmers, Theories, 128-129.

[5] R. Jackson & H. Dexter, “The Social Construction of Organised Political Violence: An Analytical Framework.” Civil Wars, 16, 1 (2014): 10 ; Demmers, Theories, 133-134.

[6] Jabri in Demmers, Theories, 133.

[7] Philip Gourevitch in Demmers, Theories, 116, 129.

[8] De uitdrukking ‘winning hearts and minds’ verwijst naar een (militaire) strategie waarbij de ene partij het conflict probeert te domineren door de lokale bevolking van de tegenpartij voor zich te winnen. Dit was onder andere een Amerikaanse strategie in de Vietnamoorlog in de jaren ’60, maar ook later in Afghanistan en Irak.

[9] Michael Bhatia, “Fighting words: naming terrorists, bandits, rebels and other violent actors,” Third World Quarterly, 26, no.1 (2005): 7.

[10] Bhatia, “Fighting words,” 14-15.

[11] Robert D. Benford & David A. Snow, ‘‘Framing Processes and Social Movements: An Overview and Assessment,’’ Annual Review of Sociology 26 (2000): ‘‘Framing Processes and Social Movements: An Overview and Assessment,’’ Annual Review of Sociology 26 (2000): 614.

[12] Paula van Voorthuizen, A humanitarian tragedy or a safe haven for terrorists? Tracing the evolution of US policy discourse on Somalia between the 1990s and 2000s. BA thesis, Utrecht University, 2021. https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/404052

[13] van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 19-20.

[14] Ioan Lewis and James Mayall, “Somalia.” In UN interventionism, 1994-2004, edited by Mats Berdal and Spyros Economides, Cambridge: Cambridge University Press, 2007, 122-123.   doi:10.1017/CBO9780511491221.

[15] van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 15-19.

[16] van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 17. ; Lewis & Mayall, “Somalia,” 130-131.

[17] Lewis & Mayall “Somalia,” 131.

[18] van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 20, 24-25.

[19] Senior Defense Official, “Terrorist threat in Horn of Africa,” Department Of Defense Background Briefing. The Pentagon, Arlington, Virginia. March 8, 2002. US Department of State Archive. Accessed January 4 2021. https://2001-2009.state.gov/s/ct/rls/rm/8801.htm; Walter H. Kansteiner, “Weak States and Terrorism in Africa: U.S. Policy Options in Somalia,” Testimony Before the Senate Committee on Foreign Relations Subcommittee on African Affairs; Washington, DC. February 6 2002. US department of State Archive. Accessed January 4 2021. https://2001-2009.state.gov/p/af/rls/rm/7872.htm

[20] Zie deze website voor het beleid omtrent declassificatie.  https://www.justice.gov/archives/open/declassification/declassification-faq

[21] International Crisis Group,  “Somalia: Countering terrorism in a failed state,” Africa Report N° 45, May 23 2002: 1, 8. https://www.crisisgroup.org/africa/horn-africa/somalia/somalia-countering-terrorism-failed-state ; The Bureau of Investigative journalism, “Somalia: reported US covert actions 2001-2016,” Drone Warfare. https://www.thebureauinvestigates.com/drone-war/data/somalia-reported-us-covert-actions-2001-2017

[22] Van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 23-24, 27-28.

[23] Harry Verhoeven, “The Self-fulfilling Prophecy of Failed States: Somalia, State Collapse and the Global War on Terror,” Journal of Eastern African Studies 3, no. 3 (2009): 415-16 http://dx.doi.org/10.1080/17531050903273719

[24] Van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 22-24 ; Verhoeven, “Failed states,” 415. ; Ashley Elliot & Georg-Sebastian Holzer. “The invention of ‘terrorism’ in Somalia: paradigms and policy in US foreign relations.” South African Journal of International Affairs, 16, no. 2 (2009): 219, DOI: 10.1080/10220460903268984 ; Björn Möller, “The Horn of Africa and the US ‘War on Terror’ with a Special Focus on Somalia,” In Post-Conflict Peace-Building in the Horn of Africa. A Report of the 6th Annual Conference on the Horn of Africa, (Lund: Lunds universitet, 2008), 30.

[25] Verhoeven, “Failed States,” 416. ; Möller, “Horn of Africa,” 23. ; https://vbn.aau.dk/en/publications/the-horn-of-africa-and-the-us-war-on-terror-with-special-focus-on

; Elliot & Holzer, “Invention of ‘terrorism’,” 219

[26] Van Voorthuizen, US policy discourse on Somalia, 24, 27. ; International Crisis Group “Somalia: The tough part is ahead,” Africa Briefing N°45, January 26 2007: 7. https://www.crisisgroup.org/africa/horn-africa/somalia/somalia-tough-part-ahead

[27] International Crisis Group, “The tough part is ahead,” 1; Investigative journalism, “US covert actions.”

[28] Verhoeven, “Failed States,” 20.

Paula van Voorthuizen

Paula van Voorthuizen studeerde Liberal Arts & Sciences aan de Universiteit Utrecht en is in september 2021 begonnen aan de master Conflict Studies & Human Rights. Dit artikel schreef ze naar aanleiding van haar bachelorscriptie waarin ze het Amerikaanse politieke discours over Somalië onderzocht. Ze heeft een passie voor verhalen in verschillende vormen, zoals in boeken, film en theater. Als ze niet bezig is met haar studie, is ze te vinden in het filmhuis of in de natuur, het liefst in een zonnig land.