Het is november 2020. In de landelijke media gonst het al een aantal dagen: wegens vermeende racistische en antisemitische uitlatingen staat Forum voor Democratie op het punt uiteen te vallen. Een werkoverleg in Oss is compleet uit de hand gelopen en om de partij te redden doet Baudet afstand van zijn lijsttrekkerschap. Tot de verbazing van politiek Nederland is het verhaal nog geen dag later compleet veranderd en wil Baudet toch aanblijven als leider van Forum. Daarvoor moet hij eerst de kritische geluiden in het partijbestuur wegwerken. Op Instagram doet hij een oproep aan de ‘dissidenten’ – Lennart van der Linden en Rob Rooken – de partij te verlaten en hem en zijn 50.000 leden met rust te laten:

 

“De partij is gegijzeld, de vijand, de tegenstanders zijn weg, maar wat je overhoudt is een soort sterfhuisconstructie waar zij met hun tweeën 50.000 leden kunnen gijzelen en het voor mij onmogelijk maken om mee te doen aan de verkiezingen.”[1]

 

Waar het er korte tijd op leek dat Baudet de handdoek in de ring had geworpen, bleek het tegenovergestelde waar. Baudet toont een schijnbaar eindeloos geloof in zijn rechtmatige plek als leider van Forum en van het Nederlandse volk. Dit merkwaardige besluit roept vragen op over de psyche van deze markante politicus: hoe kan een persoon die zegt enkel bewogen te worden door idealisme er schijnbaar alles aan doen om de macht over zijn achterban te behouden? Een interessant antwoord kunnen we vinden in de filosofie van Friedrich Nietzsche, die in zijn De Genealogie van de Moraal het persona van de ascetische priester introduceert, een figuur dat sterke overeenkomsten vertoont met Baudet.

 

Nietzsche en de Priester

 

Nietzsche wordt ook wel de ‘filosoof met de hamer’ genoemd en heeft een unieke opvatting over onder andere moraal: we zouden onszelf moeten verlossen van de bedrukkende waarden die ons vanuit onze Christelijke traditie ten deel zijn gevallen. Een groot deel van zijn werk richt zich op de oorsprong en de kwalijke gevolgen van de heilloze morele regels van onze tijd. Nietzsche schreef De Genealogie om de macht van de morele categorieën van ‘het goede’ en ‘het slechte’ op het gedrag en het leven van de mens te analyseren. Nietzsche begint in zijn betoog bij een oorspronkelijke toestand, waarin mensen zich lieten leiden door hun instincten, en zij zich naar hun omgeving onbewust wreed en vijandig konden opstellen.[2] Nietzsche beschouwt deze situatie echter als natuurlijk en meent dat we in het afbreken van machtsverschillen de mens ook de mogelijkheid tot individuele excellentie ontnemen. In de loop van de menselijke geschiedenis is er volgens Nietzsche een breuk ontstaan tussen enerzijds een machtige en voorname mens, die zijn instincten nog durft te volgen en zijn eigen waarden schept, en anderzijds een krachteloos en nederige soort mens, die hiertoe niet in staat is.[3] Door dit verschil in instinct heerst de voorname mens over de nederige. Deze voelt zich door deze breuk verslagen en koestert gevoelens van wrok, lijden en afgunst, wat Nietzsche beschrijft als ressentiment. Dit ressentiment zorgt ervoor dat de nederige mens de voorname mens als slecht bestempelt, in een ultieme poging het handelen van de voorname mens te veroordelen en daarmee indirect te beïnvloeden.[4] Wanneer de nederige mens zich in deze poging verenigt met anderen, ontstaat er bij de groep een vorm van zelfvertrouwen dat het gevoel van pijn en lijden verkleint en hen een eigen gevoel van macht geeft.

 

Om zich te kunnen verenigen in hun verzet tegen het ene soort heerser, heeft de nederige mens echter een ander soort heerser nodig – dit is waar de ascetische priester het toneel betreedt. Deze heerser lijkt, eerder dan op een krachtige, voorname geweldenaar, op een herder, die trouw waakt over zijn kudde schapen. Het is juist een herder die de sentimenten van de zwakke massa tot een deugd kan verheffen en deze massa zodoende aan zich weet te binden, om zijn eigen macht te vergroten. Het lijkt juist deze kunst te zijn – het mobiliseren van het sentiment van de zwakkeren – die Thierry Baudet als geen ander verstaat. Baudet wordt hiertoe, net als de priester, in staat gesteld door zijn eigen opmerkelijke positie in de Nietzscheaanse moraalhiërarchie. De aard van de priester toont overeenkomsten met zowel de ‘actieve’ als ‘passieve’ mens. Enerzijds doet de priester wat hij wil, door de wil van de ‘passieve’ mens naar zijn hand te zetten. Tegelijkertijd laat de priester zich sturen door het reactionaire handelen van de ‘passieve’ mens, omdat hij het ressentiment van de passieve mens nodig heeft om zijn eigen kracht te verwezenlijken – hij is hier niet zelfstandig toe in staat.[5]

 

Baudet en de Priester

 

De psyche van de ascetische priester van Nietzsche biedt uitkomst bij het analyseren van het opmerkelijke handelen van Baudet. Zowel de priester als Baudet willen een gebrek aan eigen macht compenseren door het ressentiment van de ontevreden massa aan te spreken. Baudet spreekt over een ‘partijkartel’ dat de touwtjes in handen heeft in de Nederlandse politiek, media en het bedrijfsleven. Baudet: “De elite trekt zich niets aan van verdragen en opereert achter de schermen aan de steeds toenemende macht van de supranationale organisatie die de Europese Unie heet”.[6]

 

Ondanks het feit dat Baudet zelf ook heeft gestudeerd, is gepromoveerd en in de Tweede Kamer zit, behoort hij naar eigen inzien absoluut niet tot het elitaire deel van het land. Hij plaatst zichzelf buiten het partijkartel en daarmee zet hij zichzelf buiten de macht die Nederland bestuurt. Tegelijkertijd wil Baudet met zijn partij juist deel uitmaken van die macht.

Nietzsche beschrijft de ascetische priester als een figuur dat politieke macht gebruikt om zich deel te voelen van voorname mensen. Dit lijken we ook bij Baudet te zien. Baudet wordt uitgespuugd door de politici uit het partijkartel, en het niet deel hebben aan dat groepje bestuurders werkt, net als voor de priester, frustrerend voor Baudet. Het is het ressentiment van de ‘krachteloze’, wat op verschillende manieren terugkeert in het politiek handelen van Baudet, dat deze reactieve frustratie opwekt. Beiden kunnen zich maar niet voegen bij de ‘voornamen’: paradoxaal genoeg is het juist het verlangen zich te voegen bij de politieke elite dat hen ervan weerhoudt daadwerkelijk een ‘voornaam’ mens te worden.[7] Zowel de priester als Baudet worden constant gestuurd door ressentiment, en dus niet door zelf-geschapen waarden. Omdat Baudet geen deel uit kan maken van de voorname mensen, zoekt hij een andere manier om zijn macht uit te oefenen, namelijk door zich op te werpen als leider van de zwakkeren. Baudet heeft zijn kiezers als zijn kudde, waardoor hij zich sterk voelt en kan nippen aan het gevoel van echte macht.

 

Nietzsche over de ascetische priester:
“De heerschappij over lijdenden is zijn rijk, zijn instinct verplicht hem ertoe, het is zijn specifieke kunst, zijn meesterschap, zijn manier van gelukkig zijn”.[8]

 

Meesters van de Angst

 

Een volgend punt van gelijkenis tussen Baudet en de ascetische priester is de manier waarop ze angst aanwenden. De priester gebruikt angst om zijn kudde onderdanen ‘bij de les’ te houden, door hen constant te wijzen op het gevaar van de voorname heer. Zodra de slaaf opnieuw beneveld is door angst, is hij niet in staat objectief naar de oorsprong van zijn lijden te kijken.[9] De slaaf blijft zijn gevoelens botvieren op ieder die de priester hem voorschotelt. Baudet gebruikt deze tactiek door te wijzen naar de dreiging van immigranten, het gevaar van de klimaatwetenschap, of het risico van afdragen van soevereiniteit aan de Europese Unie. De drie voornaamste thema’s die het partijkartel zou gebruiken als excuus om de eigen macht te consolideren. Baudet heeft een ware kunst gemaakt van het scheppen van deze angstbeelden.

 

In zijn Oikofobie spreekt Baudet over de onafwendbaarheid van een Verenigde Staten van Europa. Nederland zal haar soevereiniteit verliezen en de Nederlandse cultuur zal steeds meer plaats maken voor een gedeelde Europese cultuur.[10] Baudet voedt gevoelens van woede en machteloosheid bij het Nederlandse volk door Brussel als een megalomaan instituut neer te zetten, dat zonder democratisch overleg ingrijpende besluiten doordrukt en het eigen volk al zijn zeggenschap ontneemt.

 

Naast het verlies aan zeggenschap over het eigen land dient de Nederlandse burger te vrezen voor de ‘ecologische hogepriesters’, die het partijkartel aanzetten tot het uitgeven van enorme sommen geld voor een groene samenleving. De economie zal te gronde worden gericht omdat al ons geld op zal gaan aan een dure en onnodige energietransitie. Dit terwijl de mens niet of nauwelijks een rol speelt in de opwarming van de aarde, aldus Baudet, die het overgrote deel van de klimaatwetenschap hiermee schijnbaar bewust negeert.[11]

 

Tot slot zal de komst van de immigrant een einde maken aan de Nederlandse baanzekerheid en onze sociale cohesie. Etnische diversiteit zal volgens Baudet leiden tot minder onderling vertrouwen in de samenleving en kost geld, geld dat de Nederlandse burger behoort toe te komen. Terwijl meerdere studies aantonen dat een instroom van immigranten juist ook kan leiden tot meer economische groei, legt Baudet de nadruk op een ongenuanceerd doemscenario en concludeert dat de grenzen op slot moeten.[12] Met behulp van deze angstbeelden zet Baudet het volk tegenover het partijkartel en creëert hij de behoefte aan een leider die deze doemscenario’s kan afwenden en de angsten van het volk kan wegnemen.

 

De Nederlandse Herder

 

Zo’n leider zal, naast bangmaken, ook moeten verbinden. Daarom werpt Baudet zich – net als de ascetische priester – op als de herder van de ‘krachteloze’ mens. Door de lijdenden in bescherming te nemen, maakt de priester van het ressentiment zijn wapen, en biedt hij vervolgens een inspirerend alternatief voor de status quo.[13] De Nederlandse burger raakt vervoerd door de speeches van Baudet en zijn verhalen over het laten opstijgen van de Uil van Minerva. De door Baudet geschetste veranderingswind tilt zowel de burger als Baudet op en maakt hen – naar eigen inzien – voornamere mensen. Zowel de priester als Baudet laten de mens van het ressentiment zich speciaal voelen en worden daardoor zelf speciaal. Zowel de priester als Baudet zijn evenwel totaal niet geïnteresseerd in het wegnemen van het lijden van de ‘krachteloze’. Baudet’s proeven aan dit lijden en het gebruiken van de pijn is essentieel om de rol van de herder te rechtvaardigen. De verhouding van Baudet tot de Nederlandse burger toont dezelfde wederzijdse afhankelijkheid als die van de priester tot de ‘krachteloze’ mens. De ‘krachteloze’ stelt de priester in staat een herder te zijn en zo boven de zwakkeren uit te stijgen. Andersom verdooft de priester de pijn van de ‘krachteloze’ door hem zijn pijn op de elite te laten botvieren.[14] Baudet zet – in zijn rol als herder – de pijn van het Nederlandse volk om in een wapen om zijn politieke macht te verwerkelijken en te vergroten.

 

Sluimerend ressentiment

 

Inmiddels heeft de partij van Baudet, vanuit een kansloos geachte positie, maar liefst acht zetels behaald in de Tweede Kamerverkiezingen. Net als bij de overwinning in de Provinciale Statenverkiezingen van 2019 blijft Baudet vriend en vijand verrassen. Het sentiment dat de Forum-kiezer toendertijd aansprak is niet verdwenen, maar lijkt weer aan kracht te winnen. Ons land is verdeelder dan ooit, en de smeulende kolen van het ressentiment in de harten van de burgers, kunnen in een oogwenk verder worden opgestookt door een ascetische priester zoals Baudet. Het ressentiment vormt de voedingsbron voor het denken en handelen van politici als Baudet. Zonder een gedeelde bewustwording over de gevaren van dat ressentiment onder het electoraat van Baudet, is het slechts een kwestie van tijd voordat een volgende priester zich presenteert in de politieke arena van ons land.

 

Redacteur: Werner Mohr

Noten

De breuk, oftewel het zichzelf verheffen door de voorname mens, is wat Nietzsche ook wel het pathos van de distantie noemt.

Referenties

[1] Baudet, Thierry (@thierry_baudet). 2020.  “FVD is nu gegijzeld!” Instagram, 17 november, 2020. https://www.instagram.com/p/CIGGN1sBJsX/

[2] Nietzsche, F., Graftdijk, T., & Driessen, H., De Genealogie van de Moraal (Ser. Nietzsche-bibliotheek), De Arbeiderspers (2014), 76.

[3] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 19-20.

[4] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 29-32.

[5] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 121-124

[6] Baudet, T., Oikofobie: de angst voor het eigene, Prometheus Bakker (2013), 16.

[7] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 113-115.

[8] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 121.

[9] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 121-123.

[10] Baudet, T., Oikofobie: de angst voor het eigene, Prometheus Bakker (2013), 24-26.

[11] Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). (2019). Ipcc special report on climate change, desertification, land degradation, sustainable land management, food security, and greenhouse gas fluxes in terrestrial ecosystems: summary for policymakers / ipcc, intergovernmental panel on climate change (Approved draft), 40-70.

[12] d’Albis, H., Boubtane, E., & Coulibaly, D., Macroeconomic evidence suggests that asylum seekers are not a “burden” for Western European countries, Science advances, 4(6), 2018, 4-5; Heyma, A., Bisschop, P., & Biesenbeek, C., De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland, Amsterdam (2018): SEO, 30-31; Baudet, T., Wie is de baas in Nederland?, https://www.fvd.nl/baudet-wie-is-de-baas-in-nederland,  20 september 2018.

[13] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 121-123.

[14] Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, 121-123.

 

Rutger Selier

Rutger Selier

Mijn naam is Rutger Selier (1995) en ik ben in september 2020 begonnen aan de master Filosofie van Cultuur en Bestuur aan de Vrije Universiteit. Na heel lang getwijfeld te hebben of ik door wilde in de filosofie heb ik toch de stap gemaakt en dat komt mede door mijn bachelorscriptie. In deze scriptie heb ik geschreven over de moraaltheorie van Friedrich Nietzsche en hoe dit denken gebruikt kan worden om hedendaagse politieke fenomenen te verklaren. Ik omschrijf mijzelf als een betrokken en actieve student, die binnenkort aan zijn tweede termijn in de medezeggenschap mag beginnen. Politiek en machtsstructuren houden mij enorm bezig en dit is ook waarom ik een carriere in de (hogere) ambtenarij ambieer. Voor nu zit ik nog op mijn plek op de VU, omdat ik de de Zuidas niet wil verlaten zonder een MA Filosofie en een MA Geschiedenis in mijn achterzak.